395px

Het Lied van Hildebrand Deel I

Menhir

Das Hildebrandslied Teil I

Ik gihorta dat seggen,
ðat sih urhettun ænon muotin,
Hiltibrant enti Haðubrant untar heriun tuem.
sunufatarungo: iro saro rihtun,

garutun sê iro guðhamun, gurtun sih iro suert ana,
helidos, ubar hringa do sie to dero hiltiu ritun.
Hiltibrant gimahalta, Heribrantes sunu, her uuas heroro man,
ferahes frotoro; her fragen gistuont
fohem uuortum, hwer sin fater wari

fireo in folche,... «eddo hwelihhes cnuosles du sis.
ibu du mi enan sages, ik mi de odre uuet,
chind in chunincriche. chud ist mi al irmindeot.»
Hadubrant gimahalta, Hiltibrantes sunu:

garutun sê iro guðhamun, gurtun sih iro suert ana,
helidos, ubar hringa do sie to dero hiltiu ritun.
Hiltibrant gimahalta, Heribrantes sunu, her uuas heroro man,
ferahes frotoro; her fragen gistuont
fohem uuortum, hwer sin fater wari

«dat sagetun mi usere liuti,
alte anti frote, dea érhina warun,
dat Hiltibrant hætti min fater: ih heittu Hadubrant.
forn her ostar giweit, floh her Otachres nid,
hina miti Theotrihhe enti sinero degano filu.
her furlaet in lante luttila sitten
prut in bure barn unwahsan,
arbeo laosa. her raet ostar hina.
des sid Detrihhe darba gistuontun
fateres mines: dat uuas so friuntlaos man:

her was Otachre ummet tirri,
degano dechisto miti Deotrichhe.
her was eo folches at ente, imo was eo fehta ti leop:
chud was her... chonnem mannum.
ni waniu ih iu lib habbe»...

«wettu irmingot», quad Hiltibrant obana ab heuane,
dat du neo dana halt mit sus sippan man
dinc ni gileitos»...
want her do ar arme wuntane bauga,
cheisuringu gitan, so imo se der chuning gap,

Huneo truhtin: «dat ih dir it nu bi huldi gibu.»
Hadubrant gimahalta, Hiltibrantes sunu:
«mit geru scal man geba infahan,
ort widar orte. ...
du bist dir, alter Hun, ummet spaher,

her was Otachre ummet tirri,
degano dechisto miti Deotrichhe.
her was eo folches at ente, imo was eo fehta ti leop:
chud was her... chonnem mannum.
ni waniu ih iu lib habbe»...

Huneo truhtin: «dat ih dir it nu bi huldi gibu.»
Hadubrant gimahalta, Hiltibrantes sunu:
«mit geru scal man geba infahan,
ort widar orte. ...
du bist dir, alter Hun, ummet spaher,

Het Lied van Hildebrand Deel I

Ik hoorde dat zeggen,
Dat zij een nieuwe strijd ontketenden,
Hildebrand en Hadubrand onder de helden.
Zonen van vaders: zij zijn sterk en rechtvaardig,

Zij bereiden hun wapens, trekken hun zwaarden,
Helden, boven de ringen, die zij naar de strijd brengen.
Hildebrand, de dappere, zoon van Heribrand, hij was een held,
Vrolijke strijder; hij vroeg met krachtige woorden,
Waar zijn vader was,

Vuur in het volk,... "Of welk van de knapen ben jij?
Als jij mij een verhaal vertelt, ik zal je de andere vertellen,
Kind in het koninkrijk. Ik ben al een oude man."
Hadubrand, de dappere, zoon van Hiltibrand:

Zij bereiden hun wapens, trekken hun zwaarden,
Helden, boven de ringen, die zij naar de strijd brengen.
Hildebrand, de dappere, zoon van Heribrand, hij was een held,
Vrolijke strijder; hij vroeg met krachtige woorden,
Waar zijn vader was,

"Dat zeiden ze tegen ons, de mensen,
Oude en wijze, dat zij waren,
Dat Hiltibrand heette mijn vader: ik heet Hadubrand.
Vroeger was hij een grote held, hij vluchtte voor Otachre's vijand,
Met Theotrich en zijn vele strijders.
Hij viel in de strijd, de kleine mannen,
Zij waren niet in staat om te vechten,
De arbeid was verloren. Hij raakte verder weg.
Daarom, Detrih, dat zeiden ze,
Mijn vader: hij was zo'n vriendloze man:

Hij was Otachre omringd door strijd,
Strijders die vochten met Deotrich.
Hij was de held van het volk, maar hij was een vechter van de liefde:
Kind was hij... een man van de mensen.
Ik heb jullie niet lief gehad"...

"Wacht, ik ben de held", zei Hildebrand, boven de heuvel,
Dat jij niet zo'n zwakke man bent,
Dat je niet zo'n held bent"...
Want hij was een arme, gewonde man,
Die de koning niet kon bereiken,

Huneo, de koning: "Dat ik je nu een eerbiedige gave geef."
Hadubrand, de dappere, zoon van Hiltibrand:
"Met wapens moet men de strijd ingaan,
Terug naar de plaats...
Jij bent, oude Hun, omringd door strijd,

Hij was Otachre omringd door strijd,
Strijders die vochten met Deotrich.
Hij was de held van het volk, maar hij was een vechter van de liefde:
Kind was hij... een man van de mensen.
Ik heb jullie niet lief gehad"...

Huneo, de koning: "Dat ik je nu een eerbiedige gave geef."
Hadubrand, de dappere, zoon van Hiltibrand:
"Met wapens moet men de strijd ingaan,
Terug naar de plaats...
Jij bent, oude Hun, omringd door strijd,

Escrita por: Heiko Gerull