395px

Lied van de Houthakkers

Mercedes Sosa

Canción Del Obraje

Los sábados al obraje
Solito por las picadas
El guitarrero Juan Ponce
Como sin querer llegaba

Los hacheros en la noche
Alegres porque él les canta
Se ríen de a pedacito
Igual que brasa soplada

Cuando Juan Ponce
Larga en el monte, su voz pastosa
El hacha de la Luna se derrama
Hoja por hoja

Sus zambas brotan floridas
Y sus ojos se le empañan
Cuando recuerda mujeres
Se le endulzan las distancias

Cantor pobre de los montes
Borracho en las madrugadas
La guitarra con su sombra
Lo llevan crucificado

Lied van de Houthakkers

De zaterdagen naar het houthakkerskamp
Alleen door de paadjes
De gitarist Juan Ponce
Kwam er zonder het te willen

De houthakkers in de nacht
Vrolijk omdat hij voor hen zingt
Ze lachen in stukjes
Net als een opgestookte gloed

Wanneer Juan Ponce
In het bos zijn zware stem laat horen
De bijl van de Maan stroomt over
Blad voor blad

Zijn zamba's bloeien als bloemen
En zijn ogen worden vochtig
Wanneer hij aan vrouwen denkt
Worden de afstanden zoet

Arme zanger van de bergen
Dronken in de vroege uurtjes
De gitaar met zijn schaduw
Draagt hem als een kruis

Escrita por: Gustavo Leguizamón / Manuel José Castilla