Canción Del Obraje
Los sábados al obraje
Solito por las picadas
El guitarrero Juan Ponce
Como sin querer llegaba
Los hacheros en la noche
Alegres porque él les canta
Se ríen de a pedacito
Igual que brasa soplada
Cuando Juan Ponce
Larga en el monte, su voz pastosa
El hacha de la Luna se derrama
Hoja por hoja
Sus zambas brotan floridas
Y sus ojos se le empañan
Cuando recuerda mujeres
Se le endulzan las distancias
Cantor pobre de los montes
Borracho en las madrugadas
La guitarra con su sombra
Lo llevan crucificado
Lied van de Houthakkers
De zaterdagen naar het houthakkerskamp
Alleen door de paadjes
De gitarist Juan Ponce
Kwam er zonder het te willen
De houthakkers in de nacht
Vrolijk omdat hij voor hen zingt
Ze lachen in stukjes
Net als een opgestookte gloed
Wanneer Juan Ponce
In het bos zijn zware stem laat horen
De bijl van de Maan stroomt over
Blad voor blad
Zijn zamba's bloeien als bloemen
En zijn ogen worden vochtig
Wanneer hij aan vrouwen denkt
Worden de afstanden zoet
Arme zanger van de bergen
Dronken in de vroege uurtjes
De gitaar met zijn schaduw
Draagt hem als een kruis