Cuando Tenga La Tierra
Cuando tenga la tierra
Sembraré las palabras
Que mi padre Martín Fierro puso al viento
Cuando tenga la tierra
La tendrán los que luchan
Los maestros, los hacheros, los obreros
Cuando tenga la tierra
Te lo juro semilla que la vida
Será un dulce racimo y en el mar de las uvas
Nuestro vino, cantaré, cantaré
Cuando tenga la tierra
Le daré a las estrellas
Astronautas de trigales, luna nueva
Cuando tenga la tierra
Formaré con los grillos
Una orquesta donde canten los que piensan
Cuando tenga la tierra
Te lo juro semilla que la vida
Será un dulce racimo y en el mar de las uvas
Nuestro vino, cantaré, cantaré
Campesino, cuando tenga la tierra
Sucederá en el mundo el corazón de mi mundo
Desde atrás de todo el olvido secaré con mis lágrimas
Todo el horror de la lástima y por fin te veré
Campesino, campesino, campesino, campesino,
Dueño de mirar la noche en que nos acostamos para hacer los hijos
Campesino, cuando tenga la tierra
Le pondré la luna en el bolsillo y saldré a pasear
Con los árboles y el silencio
Y los hombres y las mujeres conmigo
Cantaré, cantaré, cantaré, cantaré
Wanneer Ik De Aarde Heb
Wanneer ik de aarde heb
Zal ik de woorden zaaien
Die mijn vader Martín Fierro in de lucht heeft gegooid
Wanneer ik de aarde heb
Zullen die van de strijders zijn
De leraren, de houthakkers, de arbeiders
Wanneer ik de aarde heb
Ik zweer het je, zaadje dat het leven
Een zoete tros zal zijn en in de zee van de druiven
Onze wijn, ik zal zingen, ik zal zingen
Wanneer ik de aarde heb
Zal ik de sterren geven
Astronauten van tarwevelden, nieuwe maan
Wanneer ik de aarde heb
Zal ik met de krekels
Een orkest vormen waar de denkers zingen
Wanneer ik de aarde heb
Ik zweer het je, zaadje dat het leven
Een zoete tros zal zijn en in de zee van de druiven
Onze wijn, ik zal zingen, ik zal zingen
Boer, wanneer ik de aarde heb
Zal het hart van mijn wereld in de wereld gebeuren
Achter al het vergeten zal ik met mijn tranen drogen
Al het horror van de medelijden en eindelijk zal ik je zien
Boer, boer, boer, boer,
Heer van het kijken naar de nacht waarin we ons neerlegden om kinderen te maken
Boer, wanneer ik de aarde heb
Zal ik de maan in mijn zak steken en naar buiten gaan wandelen
Met de bomen en de stilte
En de mannen en de vrouwen bij mij
Ik zal zingen, ik zal zingen, ik zal zingen, ik zal zingen
Escrita por: A. Petrocelli / D. Toro