Ramito De Violetas
Era feliz en su matrimonio aunque su marido era el mismo demonio
Tenía el hombre un poco de mal genio
Ella se quejaba de que nunca fue tierno
Desde hace ya más de tres años recibe cartas de un extraño
Cartas llenas de poesía que le han devuelto la alegría
Quién te escribía a ti versos, dime niña quién era (era, era, era, era)
Quien te mandaba flores en primavera, (era, era, era, era) con amor las recibías
Como siempre sin tarjeta
Te mandaba un ramito de violetas
A veces sueña ella y se imagina
Cómo será aquél que a ella tanto la estima
Será más bien hombre de pelo cano
Sonrisa abierta y ternura en sus manos
Quién será aquél, sufre en silencio
Quién puede ser su amor secreto
Ella que no sabe nada mira a su marido y luego se calla
Quién te escribía a ti versos, dime niña quién era (era, era, era, era)
Quien te mandaba flores en primavera, (era, era, era, era) con amor las recibías, como siempre sin tarjeta
Te mandaba un ramito de violetas
En cada tarde al volver su esposo
Cansado del trabajo va y la mira de reojo
No dice nada porque el lo sabe todo
Ella es feliz así de cualquier modo
Pues él quien le escribe versos, él es su amante, su amor secreto
Ella que no sabe nada mira a su marido y luego se calla
Quién te escribía a ti versos, dime niña quién era. (era, era, era, era) Quien mandaba flores en primavera (era, era, era, era)
Con amor las recibías, como siempre sin tarjeta
Te mandaba un ramito de violeta
Sha-raira, sha-raira, sha-raira, rara-irarai
Sha-raira, sha-raira, sha-raira, ra
Bosje Viooltjes
Ze was gelukkig in haar huwelijk, ook al was haar man de duivel zelf
Hij had een beetje een slecht humeur
Ze klaagde dat hij nooit teder was
Al meer dan drie jaar ontvangt ze brieven van een vreemde
Brieven vol poëzie die haar weer blij maken
Wie schreef jou die verzen, zeg me meisje wie was het (was het, was het, was het, was het)
Wie stuurde je bloemen in de lente, (was het, was het, was het, was het) met liefde ontving je ze
Zoals altijd zonder kaartje
Hij stuurde je een bosje viooltjes
Soms droomt ze en stelt zich voor
Hoe zal hij zijn, die zoveel om haar geeft
Zal hij een man zijn met grijs haar
Een open glimlach en tederheid in zijn handen
Wie zal hij zijn, lijdt in stilte
Wie kan haar geheime liefde zijn
Zij die niets weet kijkt naar haar man en zwijgt dan
Wie schreef jou die verzen, zeg me meisje wie was het (was het, was het, was het, was het)
Wie stuurde je bloemen in de lente, (was het, was het, was het, was het) met liefde ontving je ze, zoals altijd zonder kaartje
Hij stuurde je een bosje viooltjes
Elke middag als haar man terugkomt
Moegestreden van het werk kijkt hij haar schuin aan
Hij zegt niets omdat hij alles weet
Zij is zo gelukkig op haar eigen manier
Want hij is degene die haar verzen schrijft, hij is haar minnaar, haar geheime liefde
Zij die niets weet kijkt naar haar man en zwijgt dan
Wie schreef jou die verzen, zeg me meisje wie was het. (was het, was het, was het, was het) Wie stuurde bloemen in de lente (was het, was het, was het, was het)
Met liefde ontving je ze, zoals altijd zonder kaartje
Hij stuurde je een bosje viooltjes
Sha-raira, sha-raira, sha-raira, rara-irarai
Sha-raira, sha-raira, sha-raira, ra