El burro
Conversaba un burro con su raza
Le rodeaban pues era popular
Firmaba autógrafos daba conferencias
Tenía dinero y hasta un celular
Un pollito se hacía paso entre la multitud
Para escuchar lo que decía aquel famoso asno
Mientras este presumiendo relataba
El triunfo del domingo
Les comentaba del bello homenaje
Que le ofrecieron allá en Jerusalén
Le recibieron con flores en el camino
La multitud me aclamaba decía él
Daban voces diciendo
Hosanna en las alturas
Replicaba aquel pollino arrogante
El pollito llegó hasta el frente y le dijo
¡Qué burro eres!
No era a ti a quien aplaudían
Era a Cristo El Mesías
El que estaba sobre ti
¡Qué burro eres!
No era a ti a quien admiraban
Era aquel que te cabalgaba
Era Jesús de Nazaret
A quien daban Gloria, Honor y Honra
A quien daban Gloria, Honor y Honra
Burro no te equivoques, burro no te equivoques
Burro no te equivoques, burro no te equivoques
Burro no te equivoques, burro no te equivoques
De Ezel
Een ezel sprak met zijn soortgenoten
Hij was populair, dat was wel te zien
Hij signeerde handtekeningen, gaf lezingen
Had geld en zelfs een mobiele telefoon
Een kuikentje wurmde zich door de menigte
Om te horen wat die beroemde ezel zei
Terwijl hij opschepte over zijn verhaal
Van de overwinning van zondag
Hij vertelde over het mooie eerbetoon
Dat ze hem gaven daar in Jeruzalem
Ze verwelkomden hem met bloemen op de weg
De menigte juichte, zei hij
Ze riepen luid
Hosanna in de hoogte
Die arrogante ezel herhaalde het
Het kuikentje kwam naar voren en zei
Wat een ezel ben je!
Het was niet jou die ze toejuichten
Het was Christus de Messias
Die boven jou zat
Wat een ezel ben je!
Het was niet jou die ze bewonderden
Het was degene die jou bereden heeft
Het was Jezus van Nazareth
Aan wie ze Glorie, Eer en Eerbetoon gaven
Aan wie ze Glorie, Eer en Eerbetoon gaven
Ezel, vergis je niet, ezel, vergis je niet
Ezel, vergis je niet, ezel, vergis je niet
Ezel, vergis je niet, ezel, vergis je niet