Saudade de Minha Terra
De que me adianta viver na cidade?
Se a felicidade não me acompanhar
Adeus, paulistinha do meu coração
Lá pro meu sertão quero voltar
Ver as madrugadas, quando a passarada
Fazendo alvorada começa a cantar
Com satisfação arreio o burrão
Cortando o estradão saio a galopar
E eu vou escutando o gado berrando
Sabiá cantando no Jequitibá
Por nossa senhora, meu sertão querido
Vivo arrependido por ter te deixado
Essa nova vida aqui na cidade
De tanta saudade, eu tenho chorado
Aqui tem alguém, diz que me quer bem
Mas não me convém, eu tenho pensado
Eu fico com pena, mas essa morena
Não sabe o sistema que eu fui criado
Tô aqui cantando, de longe escutando
Alguém está chorando com o rádio ligado
Que saudade imensa do campo e do mato
Do manso regato que corta a campina
Aos domingos ia passear de canoa
Nas lindas lagoas de águas cristalinas
Que doce lembrança daquelas festanças
Onde tinham danças e lindas meninas
Eu vivo hoje em dia sem ter alegria
O mundo judia, mas também ensina
Estou contrariado, mas não derrotado
Eu sou bem guiado pelas mãos divinas
Pra minha mãezinha já telegrafei
Que eu já me cansei de tanto sofrer
Nessa madrugada estarei de partida
Pra terra querida, que me viu nascer
Já ouço sonhando o galo cantando
O inhambu piando no escurecer
A lua prateada clareando a estrada
A relva molhada desde o anoitecer
Eu preciso ir pra ver tudo ali
Foi lá que nasci, lá quero morrer
Heimwee naar Mijn Land
Wat heb ik eraan om in de stad te leven?
Als het geluk me niet vergezelt
Vaarwel, kleine Paulistinha van mijn hart
Ik wil terug naar mijn platteland
De ochtenden zien, wanneer de vogels
Bij het ochtendgloren beginnen te zingen
Met voldoening zadel ik de ezel
Over de grote weg ga ik galopperen
En ik luister naar het vee dat loeit
Sabiá zingt in de Jequitibá
O, onze lieve vrouw, mijn geliefde platteland
Ik ben spijtig dat ik je heb verlaten
Dit nieuwe leven hier in de stad
Van zoveel heimwee heb ik gehuild
Hier is iemand, zegt dat hij om me geeft
Maar het is niet goed voor me, dat heb ik gedacht
Ik heb medelijden, maar die brunette
Weet niet hoe ik ben opgevoed
Ik ben hier aan het zingen, van ver luisterend
Iemand huilt met de radio aan
Wat een enorme heimwee naar het veld en het bos
Naar de rustige beek die de vlakte doorkruist
Op zondag ging ik kanoën
In de mooie vijvers met kristalhelder water
Wat een zoete herinnering aan die feesten
Waar dansen en mooie meisjes waren
Ik leef tegenwoordig zonder vreugde
De wereld kwelt, maar leert ook
Ik ben verontrust, maar niet verslagen
Ik word goed geleid door goddelijke handen
Voor mijn lieve moeder heb ik al getelegrammeerd
Dat ik moe ben van zoveel lijden
Deze nacht vertrek ik
Naar het geliefde land dat me zag geboren
Ik hoor al in mijn dromen de haan kraaien
De inhambu piepen in de schemering
De zilveren maan verlicht de weg
Het natte gras sinds de avond valt
Ik moet gaan om alles daar te zien
Daar ben ik geboren, daar wil ik sterven
Escrita por: Belmonte / Goia