395px

El Niño de Siete Años

Miel Cools

Het Jongetje Van Zeven

Ach, was ik nog maar zeven
Dat jongetje van zeven
Dat jongetje op dat feestje op die stoel
Het jongetje van zeven
Waar is dat toch gebleven
Het zong zijn liedjes met zoveel gevoel
Ik zou heel wat willen geven
Om nog een keer in mijn leven
Weer dat jongetje te zijn, daar op die stoel

Het kon geen kermis zijn of feest in de familie
Bij oma Trees of nonkel Jan of tante Tilly
Of het klein sopraantje moest eens op de stoel gaan
staan
Die stoel, dat was mijn Scala van Milaan
Ik zong met mijn ogen dicht, ik zong uit volle borst
Ik zong voor vrijheid, voor vaderland en vorst
Over het kind dat doodging in zijn vaders armen
En tante Tilly zei dan elke keer: "Ocharme"
Zelfs nonkel Jan kreeg ook een stofje in zijn ogen
De anderen stonden al hun tranen af te drogen

Ik zing nog altijd over oorlog, over vrede
Een grijs oud jongetje, wat is dat lang geleden
Wanneer ik zong dan werd het stil tot in de keuken
Ik zong het liedje: 'Mijn hoed die heeft vier deuken'
En nonkel Jan zei: "Dat jong is geen tien
Daar hebben wij het laatste nog niet van gezien"
En ik maar zingen van de 'Brief van de Soldaat'
Die naar zijn lief schreef; een meisje uit zijn straat
Piet schreef heel trots over zijn eerste
krijgsexploten
Maar eer de brief vertrok was Piet al doodgeschoten
Ik zong van omalief en 'tuurlijk ook van opa
Dat was, wat dacht je, ruim de beste van Europa

Als ik nu zing, zie ik die stoel en het is weer feest
Het is precies of het ventje is nooit weggeweest

El Niño de Siete Años

Ach, si tan solo tuviera siete años
Ese niño de siete años
Ese niño en esa fiesta en esa silla
El niño de siete años
¿Dónde se ha ido?
Cantaba sus canciones con tanto sentimiento
Daría mucho
Por ser ese niño de nuevo en mi vida
Allí en esa silla

No podía faltar una feria o fiesta en la familia
En casa de la abuela Trees o el tío Jan o la tía Tilly
O la pequeña soprano tenía que subir a la silla
Esa silla, era mi Scala de Milán
Cantaba con los ojos cerrados, a todo pulmón
Cantaba por la libertad, por la patria y el rey
Sobre el niño que murió en brazos de su padre
Y la tía Tilly siempre decía: 'Pobrecito'
Incluso el tío Jan también se le aguaban los ojos
Los demás secaban sus lágrimas

Sigo cantando sobre la guerra, sobre la paz
Un viejo niño gris, hace tanto tiempo
Cuando cantaba, se hacía silencio hasta en la cocina
Cantaba la canción: 'Mi sombrero tiene cuatro abolladuras'
Y el tío Jan decía: 'Ese chico no tiene diez años
Aún no hemos visto lo último de él'
Y yo seguía cantando sobre la 'Carta del Soldado'
Que escribía a su amada; una chica de su calle
Piet escribía con orgullo sobre sus primeras hazañas militares
Pero antes de que la carta partiera, Piet ya estaba muerto
Cantaba sobre la abuela querida y, por supuesto, también sobre el abuelo
Era, ¿qué crees?, claramente el mejor de Europa

Cuando canto ahora, veo esa silla y es fiesta de nuevo
Es como si el chico nunca se hubiera ido

Escrita por: