Semana Santa
En el altar mayor de mis dolores vivos
Hay mil obscuridades y de cirios no encendidos
Y ahí, un corazón crucificado
En la cruz del dolor que tu ausencia ha dejado.
Tú fuiste la pasión, tú mi Semana Santa
Mis espinas, mis llagas, mi sudario de manta
Y así me fui contigo hasta el Monte Calvario
Con la fe y devoción de quien reza el rosario.
Después la tempestad
la esperanza y el fin del martirio
Y la resurrección que nunca
llega, que nunca llega
¡No hay gloria!
Hoy tan sólo han quedado de mi Semana Santa
Las espinas, las llagas, el sudario de manta
Y un pobre corazón crucificado...
Heilige Week
Op het altaar van mijn levende pijn
Zijn er duizend duisternissen en niet-ontstoken kaarsen
En daar, een gekruisigd hart
Aan het kruis van de pijn die jouw afwezigheid heeft achtergelaten.
Jij was de passie, jij mijn Heilige Week
Mijn doornen, mijn wonden, mijn lijkwade van deken
En zo ging ik met jou naar de Calvarieberg
Met het geloof en de devotie van iemand die de rozenkrans bidt.
Daarna de storm
De hoop en het einde van de marteling
En de opstanding die nooit
komt, die nooit komt
Geen glorie!
Vandaag is er van mijn Heilige Week
Alleen de doornen, de wonden, de lijkwade van deken
En een arm gekruisigd hart...
Escrita por: Mario Molina Montes / Rubén Fuentes