Roupa Nova
Todos os dias, toda manhã
Sorriso aberto e roupa nova
Passarinho preto de terno branco
Pinduca vai esperar o trem
Todos os dias, toda manhã
Ele sozinho na plataforma
Ouve o apito, sente a fumaça
E vê chegar o amigo trem
Que acontece que nunca parou
Nessa cidade de fim de mundo
E quem viaja pra capital
Não tem olhar para o braço que acenou
O gesto humano fica no ar
O abandono fica maior
E lá na curva desaparece a sua fé
Homem que é homem não perde a esperança, não
Ele vai parar
Quem é teimoso não sonha outro sonho, não
Qualquer dia ele pára
E assim Pinduca toda manhã
Sorriso aberto e roupa nova
Passarinho preto de terno branco
Vem a renovar a sua fé
Quem é teimoso não sonha outro sonho, não
Qualquer dia ele pára
E assim Pinduca toda manhã
Sorriso aberto e roupa nova
Passarinho preto de terno branco
Vem a renovar a sua fé
Nieuwe Kleding
Elke dag, elke ochtend
Met een brede glimlach en nieuwe kleren
Zwarte vogel in een witte pak
Pinduca wacht op de trein
Elke dag, elke ochtend
Alleen op het perron
Hoort de fluit, voelt de rook
En ziet de vriend trein aankomen
Wat er ook gebeurt, hij stopt nooit
In deze stad aan het einde van de wereld
En wie naar de hoofdstad reist
Heeft geen oog voor de arm die zwaait
De menselijke gebaren blijven in de lucht
De verlatenheid wordt groter
En daar om de bocht verdwijnt zijn geloof
Een man die een man is verliest de hoop niet, nee
Hij zal stoppen
Wie koppig is droomt geen andere droom, nee
Op een dag stopt hij
En zo Pinduca elke ochtend
Met een brede glimlach en nieuwe kleren
Zwarte vogel in een witte pak
Komt zijn geloof vernieuwen
Wie koppig is droomt geen andere droom, nee
Op een dag stopt hij
En zo Pinduca elke ochtend
Met een brede glimlach en nieuwe kleren
Zwarte vogel in een witte pak
Komt zijn geloof vernieuwen
Escrita por: Fernando Brant / Milton Nascimento