Tempo No Tempo
Há sempre um tempo no tempo em que o corpo do homem apodrece
E sua alma cansada, penada, se afunda no chão
E o bruxo do luxo baixado o capucho
Chorando num nicho capacho do lixo
Caprichos não mais voltarão
Já houve um tempo em que o tempo parou de passar
E um tal de homo sapiens não soube disso aproveitar
Chorando, sorrindo, falando em calar
Pensando em pensar quando o tempo parar de passar
Há sempre um tempo no tempo em que o corpo do homem apodrece
E sua alma cansada, penada, se afunda no chão
E o bruxo do luxo baixado o capucho
Chorando num nicho capacho do lixo
Caprichos não mais voltarão
Mas se entre lágrimas você se achar e pensar que está a chorar
Este era o tempo em que o tempo é
Tempo in de Tijd
Er is altijd een tijd in de tijd waarin het lichaam van de man vergaat
En zijn vermoeide, gekwelde ziel zinkt in de grond
En de tovenaar van luxe met zijn kap omlaag
Huilend in een hoekje, een matje van de vuilnis
De grillen zullen niet meer terugkomen
Er was een tijd waarin de tijd stopte met verstrijken
En een soort homo sapiens wist daar niets mee te doen
Huilend, lachend, pratend in stilzwijgen
Denken aan denken wanneer de tijd stopt met verstrijken
Er is altijd een tijd in de tijd waarin het lichaam van de man vergaat
En zijn vermoeide, gekwelde ziel zinkt in de grond
En de tovenaar van luxe met zijn kap omlaag
Huilend in een hoekje, een matje van de vuilnis
De grillen zullen niet meer terugkomen
Maar als je tussen de tranen jezelf vindt en denkt dat je aan het huilen bent
Dit was de tijd waarin de tijd is