De qué se rie
En una exacta foto del diario,
señor ministro del imposible,
Vi en plena risa y en plena euforia
y en pleno gozo su rostro simple.
Seré curiosa, señor ministro,
¿De qué se ríe?
¿De qué se ríe?
De su ventana se ve la plaza
Villamiseria no está visible.
Tienen sus hijos ojos de mando
pero otros tienen mirada triste.
Aquí en la calle suceden cosas
que ni siquiera pueden decirse
Los estudiantes y los obreros
ponen los puntos sobre las íes
Por eso digo, señor ministro,
¿De qué se ríe?
¿De qué se ríe?
Usted conoce mejor que nadie
la ley amarga de estos países.
Ustedes, duros con nuestra gente,
por qué con otros son tan serviles.
Cómo traicionan el patrimonio
mientras el gringo nos cobra el triple.
Cómo traicionan, usted y los otros,
los adulones y los serviles.
Por eso digo, señor ministro,
¿De qué se ríe?
¿De qué se ríe?
Aquí en la calle sus guardias matan
y los que mueren son gente humilde.
Y los que mueren son gente humilde
y los que quedan, llorando rabia,
seguro piensan en el desquite.
Allá en la selva sus hombres hacen
sufrir al hombre y eso no sirve.
Después de todo usted es el palo mayor
de un barco que se va a pique.
Por eso digo, señor ministo,
¿De qué se ríe?
¿De qué se ríe?
Seré curiosa, señor ministro,
¿De qué se ríe?
Waarom lach je?
In een exacte foto van de krant,
heer minister van het onmogelijke,
zag ik je in volle lach en euforie
met een simpele uitdrukking op je gezicht.
Ik ben nieuwsgierig, heer minister,
waarom lach je?
waarom lach je?
Vanuit je raam zie je het plein,
Villamiseria is niet zichtbaar.
Je kinderen hebben een dwingende blik,
maar anderen hebben een treurige kijk.
Hier op straat gebeuren dingen
waarvan ze zelfs niet kunnen worden gezegd.
De studenten en de arbeiders
zetten de punten op de i's.
Daarom vraag ik, heer minister,
waarom lach je?
waarom lach je?
U kent beter dan wie dan ook
de bittere wet van deze landen.
U bent hard voor ons volk,
maar waarom bent u zo onderdanig voor anderen?
Hoe verraden ze het erfgoed
terwijl de Amerikaan ons het drievoudige vraagt.
Hoe verraden ze, u en de anderen,
de slijmerigen en de onderdanigen.
Daarom vraag ik, heer minister,
waarom lach je?
waarom lach je?
Hier op straat doden uw bewakers
en de doden zijn gewone mensen.
En de doden zijn gewone mensen
en de overlevenden, huilend van woede,
denken vast aan wraak.
Daar in de jungle laten uw mannen
de mensen lijden en dat helpt niet.
U bent tenslotte de grote stok
van een schip dat zinkt.
Daarom vraag ik, heer minister,
waarom lach je?
waarom lach je?
Ik ben nieuwsgierig, heer minister,
waarom lach je?
Escrita por: Benedetti / Favero