Calvário (part. Cintia Alves, Darlene Lima e Gabriel Prado)
No Monte Calvário, pregado na cruz
Um homem chamado de rei
Coroa de espinhos, o seu corpo nu
Ele foi condenado a morrer
Gritos irados da multidão
Rasgaram o seu coração
O chão estremece, o vento a soprar
O Sol se recusa a brilhar
E pelo inocente, entregue a morrer
A terra parece chorar
Vejo, na chuva, as lágrimas
De um Pai vendo o Filho sofrer
Na cruz o preço foi pago
No sangue fui perdoado
Nas mãos e pés feridos
Eu fui curado
Que graça tão grandiosa
De um Deus que me alcançou
La na cruz
Encontrei meu Salvador
As mãos que serviam e davam perdão
Carregam meu fardo na cruz
E nos olhos que sempre mostraram amor
Eu vejo a dor de Jesus
Meu Salvador foi até o fim
Ninguém jamais me amou assim
Na cruz não vejo derrota
Mas, a vitória do meu Salvador
Ele me deu vida eterna
Não pode haver maior amor
Calvarie (met Cintia Alves, Darlene Lima en Gabriel Prado)
Op de Calvarieberg, vastgenageld aan het kruis
Een man die koning wordt genoemd
Doornenkroon, zijn lichaam naakt
Hij werd veroordeeld om te sterven
Woedende schreeuwen van de menigte
Scheurden zijn hart
De grond beeft, de wind waait
De zon weigert te schijnen
En voor de onschuldige, overgeleverd aan de dood
Lijkt de aarde te huilen
Ik zie, in de regen, de tranen
Van een Vader die zijn Zoon ziet lijden
Aan het kruis is de prijs betaald
In het bloed ben ik vergeven
In handen en voeten verwond
Ben ik genezen
Wat een geweldige genade
Van een God die mij bereikte
Daar aan het kruis
Vond ik mijn Verlosser
De handen die dienden en vergeving gaven
Dragen mijn last aan het kruis
En in de ogen die altijd liefde toonden
Zie ik de pijn van Jezus
Mijn Verlosser ging tot het einde
Niemand heeft me ooit zo liefgehad
Aan het kruis zie ik geen nederlaag
Maar, de overwinning van mijn Verlosser
Hij gaf me eeuwig leven
Er kan geen groter liefde zijn