El Carretero
Florece el campo feliz, asoma brillando el sol
las flores tornan su luz, alegrando el corazón
Con dulces trinos canta el ruiseñor, por el camino se va el carreton
cargado de mil ensueños de amor, reflejos de la ilusión
El carretero tiene un querer y a su querencia sabe volver
lleva regalos, se va cantando, le canta a su padecer
Subite a mi carreton que quiero hacerte mi flor
no digas que no, que no, que estoy muriendo de amor
De Karretjesman
Het veld bloeit blij, de zon komt stralend op
De bloemen stralen hun licht, vrolijkheid in het hart
Met zoete fluittonen zingt de nachtegaal, over de weg rijdt de kar
Volgeladen met duizend dromen van liefde, reflecties van de hoop
De karretjesman heeft een liefde en weet altijd weer terug te keren
Hij brengt cadeaus, zingend onderweg, zingt over zijn verdriet
Stap in mijn kar, ik wil je mijn bloem maken
Zeg niet nee, nee, nee, ik sterf van de liefde
Escrita por: Nicolás Menacho