Cavalo Ruço
Eu tive um cavalo ruço
Que se chamava gingão
De uma capona bravia
Que eu queria, sentia
Como um bom irmão
Era o cavalo mais lindo
Que nasceu no ribatejo
E eu nunca tive outro assim
Tão manso que enfim
Ainda o desejo
Saltava que era um primor
Tudo fazia com graça
Era bom a tourear
A derribar sem vacilar
No campo ou na praça
Corria lebres com gosto
E nenhum galgo o passava
Quando o viam correr
com prazer sem sofrer
A todos pasmava
A brincar lá na lezíria
O íam admirar
Ainda parece que o vejo
À beira do Tejo
A correr a saltar
Foi um touro que o matou
Num dia de infelicidade
E eu nunca mais montei
Nem sei se o farei
Tal é a saudade
Grijze Hengst
Ik had een grijze hengst
Die Gingão heette
Van een woeste merrie
Die ik wilde, voelde
Als een goede broer
Het was het mooiste paard
Dat in de Ribatejo werd geboren
En ik heb nooit zo'n ander gehad
Zo tam dat ik uiteindelijk
Het nog steeds verlang
Hij sprong als een wonder
Alles deed hij met flair
Het was fijn om te stieren
Te vallen zonder aarzelen
Op het veld of op het plein
Hij jaagde hazen met plezier
En geen galgo haalde hem in
Als ze hem zagen rennen
Met vreugde zonder pijn
Verbaasde hij iedereen
Spelend daar in de lezíria
Werd hij bewonderd
Het lijkt wel of ik hem zie
Aan de oever van de Tejo
Rennend en springend
Een stier heeft hem gedood
Op een dag van ongeluk
En ik heb nooit meer gereden
Weet niet of ik dat zal doen
Zo groot is het gemis