395px

Aan het Hart dat Lijdt

Olavo Bilac

Ao Coração Que Sofre

Ao coração que sofre, separado
Do teu, no exílio em que a chorar me vejo,
Não basta o afeto simples e sagrado
Com que das desventuras me protejo.

Não me basta saber que sou amado,
Nem só desejo o teu amor: Desejo
Ter nos braços teu corpo delicado,
Ter na boca a doçura de teu beijo.

E as justas ambições que me consomem
Não me envergonham: Pois maior baixeza
Não há que a terra pelo céu trocar;

E mais eleva o coração de um homem
Ser de homem sempre e, na maior pureza,
Ficar na terra e humanamente amar.

Aan het Hart dat Lijdt

Aan het hart dat lijdt, gescheiden
Van het jouwe, in de ballingschap waarin ik huil,
Is de simpele en heilige genegenheid niet genoeg
Waarmee ik me bescherm tegen de tegenslagen.

Het is niet genoeg om te weten dat ik bemind ben,
Ik verlang niet alleen naar jouw liefde: Ik verlang
Jouw delicate lichaam in mijn armen te hebben,
De zoetheid van jouw kus op mijn lippen te proeven.

En de rechtvaardige ambities die me verteren
Schamen me niet: Want er is geen grotere schande
Dan de aarde met de hemel te ruilen;

En het verheft het hart van een man meer
Om altijd een man te zijn en, in de grootste puurheid,
Op de aarde te blijven en menselijk te beminnen.

Escrita por: Olavo Bilac