Barbaridade
Eu tava pescando peixe embaixo de um pé de embira
Peguei duzentos dourados e quatrocentas traíras
E ainda me escapou um peixe que até hoje me admira
(Barbaridade isso é bom que mete medo
O que mete medo é bom isso é bom barbaridade)
Num canudo de taquara eu achei uma abelheira
Com quinze guampas de mel catorze arrobas de cera
Do canudo da taquara fiz vinte e cinco peneiras
Achei um ninho de pomba e fiquei admirado
Duzentos pombinhos andando e trezentos ovos gorado
Duzentos e vinte e cinco que não tinham descascado
Fui fazer uma caçada me lembro quase desmaio
Só com um tiro que eu dei matei trinta papagaio
E a bala veio de volta e matou meu cachorro baio
Domingo de tardezinha vi uma coisa interessante
Vinte e cinco formiguinhas carregando um elefante
E o bicho de sentimento enforcou-se num barbante
Barbariteit
Ik was aan het vissen onder een embira-boom
Ving tweehonderd goudvissen en vierhonderd snoeken
En er ontsnapte nog een vis die me tot vandaag verbaast
(Barbariteit, dat is goed, dat maakt bang
Wat bang maakt is goed, dat is goed, barbariteit)
In een rietje vond ik een bijenkorf
Met vijftien honingraten, veertien arrobas waswas
Van het rietje maakte ik vijfentwintig zeefjes
Ik vond een duivennest en was verbaasd
Twee honderd duifjes rondliepend en drie honderd eieren ongepeld
Vijfentwintig die nog niet waren uitgebroed
Ik ging op jacht, ik herinner me bijna flauwvallen
Met één schot dat ik gaf, doodde ik dertig papegaaien
En de kogel kwam terug en doodde mijn hondje
Zondagmiddag zag ik iets interessants
Vijfentwintig mieren die een olifant droegen
En het beest van gevoel hing zich op aan een touwtje