395px

Lied van de Bouwer

Pablo Milanés

Canción Del Constructor

Veo tu breve cuerpo estacionado
En el espacio en que mis piernas
Y mis manos se morían ayer.
Tomo tu estructura elaborada
Y pienso cuando no eras nada
Y de la nada te llevamos a hacer.

Pienso en la medida en que mi cuerpo
Iba integrándose a otros cuerpos
Junto al tuyo y pudimos crecer.
Vimos como un todo se formaba,
Como fuimos una rama
De un gran árbol floreciendo a la vez.

Lejos van quedando los recuerdos,
Los amargos, los alegres
Y tu cuerpo actual nos hace pensar,
Queda la certeza del mañana
Quienes abran tus ventanas
De una risa no se eternizarán.

Veo tu breve cuerpo estacionado
En el espacio en que mis piernas
Y mis manos ya no pueden nacer.
Voy hacia otro espacio deseado
Pasaremos lo pasado
Y una forma más veremos crecer.

Lied van de Bouwer

Ik zie je korte lichaam stil staan
In de ruimte waar mijn benen
En mijn handen gisteren stierven.
Ik neem je uitgewerkte structuur
En denk aan de tijd dat je niets was
En uit het niets hebben we je gemaakt.

Ik denk aan de mate waarin mijn lichaam
Samensmolt met andere lichamen
Naast het jouwe en we konden groeien.
We zagen hoe een geheel zich vormde,
Hoe we een tak waren
Van een grote boom die tegelijk bloeide.

Ver weg vervagen de herinneringen,
De bittere, de blije
En je huidige lichaam doet ons denken,
Er blijft de zekerheid van morgen
Wie je ramen opent
Zal een lach niet kunnen vereeuwigen.

Ik zie je korte lichaam stil staan
In de ruimte waar mijn benen
En mijn handen niet meer kunnen ontstaan.
Ik ga naar een andere gewenste ruimte
We laten het verleden achter
En we zullen een nieuwe vorm zien groeien.

Escrita por: Pablo Milanés