La Poesía es un Arma Cargada de Futuro
Cuando ya nada se espera personalmente exaltante
más se palpita y se sigue más acá de la consciencia
fieramente existiendo, ciegamente afirmando
como un pulso que golpea las tinieblas
Que golpea las tinieblas
Cuando se miran de frente
Los vertiginosos ojos claros de la muerte
Se dicen las verdades
Las bárbaras, terribles, amorosas crueldades
Amorosas crueldades
Poesía para el pobre, poesía necesaria
Como el pan de cada día
Como el aire que exigimos trece veces por minuto
para ser y en tanto somos, dar un sí que glorifica
Porque vivimos a golpes, porque apenas si nos dejan
decir que somos quien somos
nuestros cantares no pueden ser sin pecado un adorno
Estamos tocando el fondo
Estamos tocando el fondo
Maldigo la poesía concebida como un lujo cultural para los neutrales
Que llenándose las manos, se desentienden y evaden
Maldigo la poesía de quien no ha tomado partido
Partido hasta agobiarse
Hago mías las faltas, siento en mi a cuantos sufren
Y canto respirando
Canto y canto y cantando más allá de mis penas
De mis penas personales
Me ensancho, me ensancho
No es una poesía gota a gota pensada
No es un bello producto
No es un fruto perfecto
Es lo más necesario: lo que no tiene nombre
Son gritos en el cielo, y en la tierra son actos
Porque vivimos a golpes
Porque apenas si nos dejen
decir que somos quien somos
nuestros cantares no pueden ser sin pecado, un adorno
Estamos tocando el fondo
Seguimos tocando el fondo
De Poëzie is een Gewapend Toekomst
Wanneer er niets meer verwacht wordt, persoonlijk opwindend
voelt men het meer en gaat men verder dan het bewustzijn
hevig bestaand, blind bevestigend
als een pols die de duisternis slaat
Die de duisternis slaat
Wanneer men recht in de ogen kijkt
van de duizelingwekkende heldere ogen van de dood
worden de waarheden gezegd
De barbaarse, vreselijke, liefdevolle wreedheden
Liefdevolle wreedheden
Poëzie voor de armen, noodzakelijke poëzie
Als het brood van elke dag
Als de lucht die we dertien keer per minuut eisen
om te zijn en terwijl we zijn, een ja dat glorifieert
Want we leven met klappen, omdat ze ons nauwelijks laten
zeggen dat we zijn wie we zijn
onze gezangen kunnen niet zonder zonden een versiering zijn
We raken de bodem aan
We raken de bodem aan
Ik vervloek de poëzie die als een culturele luxe voor de neutrale wordt gezien
Die, met volle handen, zich onttrekken en zich ontwijken
Ik vervloek de poëzie van wie geen partij heeft gekozen
Partij tot het benauwd is
Ik maak de fouten van anderen de mijne, voel in mij de lijdenden
En zing ademend
Zing en zing en zingend verder dan mijn verdriet
Van mijn persoonlijke verdriet
Ik breid uit, ik breid uit
Het is geen poëzie die druppel voor druppel is bedacht
Het is geen mooi product
Het is geen perfect fruit
Het is het meest noodzakelijke: wat geen naam heeft
Het zijn schreeuwen in de lucht, en op aarde zijn het daden
Want we leven met klappen
Omdat ze ons nauwelijks laten
zeggen dat we zijn wie we zijn
onze gezangen kunnen niet zonder zonden, een versiering zijn
We raken de bodem aan
We blijven de bodem aanraken