395px

Ballade van degene die nooit naar Granada ging

Paco Ibañez

Balada del que Nunca Fue a Granada

¡Qué lejos por mares, campos y montañas!
Ya otros soles miran mi cabeza cana. Nunca fui a Granada.
Mi cabeza cana, los años perdidos.
Quiero hallar los viejos, borrados caminos.
Nunca vi Granada.
.
Dadle un ramo verde de luz a mi mano.
Una rienda corta y un galope largo.
Nunca entré en Granada.
¿Qué gente enemiga puebla sus adarves?
¿Quién los claros ecos libres de sus aires?
Nunca fui a Granada.
.
¿Quién hoy sus jardines aprisiona y pone
cadenas al habla de sus surtidores?
Nunca vi Granada.
.
Venid los que nunca fuisteis a Granada.
Hay sangre caída, sangre que me llama.
Nunca entré en Granada.
.
Hay sangre caída del mejor hermano.
Sangre por los mirtos y aguas de los patios.
Nunca fui a Granada.
.
Del mejor amigo, por los arrayanes.
Sangre por el Darro, por el Genil sangre.
Nunca vi Granada.
.
Si altas son las torres, el valor es alto.
Venid por montañas, por mares y campos.
Entraré en Granada.

Ballade van degene die nooit naar Granada ging

Wat ver weg over zeeën, velden en bergen!
Andere zonnen kijken naar mijn grijze hoofd. Ik ben nooit naar Granada geweest.
Mijn grijze hoofd, de verloren jaren.
Ik wil de oude, vervaagde paden vinden.
Ik heb Granada nooit gezien.
.
Geef een groene tak van licht aan mijn hand.
Een korte teugel en een lange galop.
Ik ben nooit in Granada geweest.
Welke vijandige mensen bevolken haar muren?
Wie zijn de heldere, vrije echo's van haar lucht?
Ik ben nooit naar Granada geweest.
.
Wie houdt vandaag haar tuinen gevangen en legt
ketens om de spraak van haar fonteinen?
Ik heb Granada nooit gezien.
.
Kom, jullie die nooit naar Granada zijn geweest.
Er is gevallen bloed, bloed dat me roept.
Ik ben nooit in Granada geweest.
.
Er is gevallen bloed van de beste broer.
Bloed door de mirtes en het water van de binnenplaatsen.
Ik ben nooit naar Granada geweest.
.
Van de beste vriend, door de laurierbomen.
Bloed door de Darro, door de Genil bloed.
Ik heb Granada nooit gezien.
.
Als de torens hoog zijn, is de moed groot.
Kom, over bergen, over zeeën en velden.
Ik zal Granada binnen gaan.

Escrita por: