A La Orilla de Un Palmar
A la orilla de un palmar
Yo vide una joven bella
Su boquita de coral
Sus ojitos, dos estrellas.
Al pasar le pregunté
Que quién estaba con ella
Y me respondió llorando:
Sola vivo en el palmar.
Soy huerfanita ¡ay!
No tengo padre ni madre
Ni un amigo¡ay!
Que me venga a consolar.
Solita paso la vida
A la orilla del palmar
Y solita voy y vengo
Como las olas del mar.
Aan de Oever van een Palmbos
Aan de oever van een palmbos
Zag ik een mooie jongedame
Haar mondje van koraal
Haar oogjes, twee sterren.
Toen ik voorbij liep vroeg ik
Wie er bij haar was
En ze antwoordde huilend:
Ik leef alleen in het palmbos.
Ik ben een wees, ach!
Ik heb geen vader of moeder
Geen vriend, ach!
Die me komt troosten.
Alleen ga ik door het leven
Aan de oever van het palmbos
En alleen kom en ga ik
Als de golven van de zee.