395px

De Namiddag Is Verdrietig Geworden

Pedro Luis Ferrer

La Tarde Se Ha Puesto Triste

Un pajarillo voló
Llevándose en vuelo eterno
Lo mas dulce, lo mas tierno que el campo me regalo
Pero al marcharse dejo
Como prenda de consuelo
Una pluma de señuelo que yo guardo con cariño
El pajarillo que niño recogí triste del suelo

La tarde se ha puesto triste
La lluvia tiene un olor
Que me recuerda el olvido de aquel amor

Madre de quien aprendiste
Que al ver caerse un lucero
Si pedimos en voz baja
Se nos realiza el anhelo

Cuantas luces promisorias, bajaron a tu pañuelo
Y en silencio les pediste, lo que jamás concedieron

La tarde se ha puesto triste
La lluvia tiene un olor
Que me recuerda el olvido de aquel amor

La tarde se ha puesto triste
La lluvia tiene un olor
Que me recuerda el olvido de aquel amor

No pidas a las estrellas imagen para mi cuerpo
Ni el eco de mi tonada, nada pidas te lo ruego
Madre quiero que me busques allá donde los espejos
Se refugien a la sombra y en el hielo el silencio

La tarde se ha puesto triste
La lluvia tiene un olor
Que me recuerda el olvido de aquel amor

La tarde se ha puesto triste
La lluvia tiene un olor
Que me recuerda el olvido de aquel amor

Madre quiero que me busques allá donde los espejos
Se refugien a la sombra y en el hielo el silencio
Madre baste mi presencia me hiciste hablar sobre el suelo
Ese gesto clandestino de tu amor sobre mi verso

La tarde se ha puesto triste
La lluvia tiene un olor
Que me recuerda el olvido de aquel amor

La tarde se ha puesto triste
La lluvia tiene un olor
Que me recuerda el olvido de aquel amor

Un pajarillo voló
Llevándose en vuelo eterno
Lo mas dulce, lo mas tierno que el campo me regalo
Pero al marcharse dejo
Como prenda de consuelo
Una pluma de señuelo que yo guardo con cariño
El pajarillo que niño recogí triste del suelo

La tarde se ha puesto triste
La lluvia tiene un olor
Que me recuerda el olvido de aquel amor

La tarde se ha puesto triste
La lluvia tiene un olor
Que me recuerda el olvido de aquel amor

De Namiddag Is Verdrietig Geworden

Een vogeltje vloog
Namens de eeuwige vlucht
Het zoetste, het tederste dat het veld me gaf
Maar bij het vertrek liet het
Als troostend aandenken
Een veer van bedrog die ik met liefde bewaar
Het vogeltje dat ik als kind treurig van de grond oppakte

De namiddag is verdrietig geworden
De regen heeft een geur
Die me herinnert aan de vergeten liefde

Moeder, van wie heb je geleerd
Dat als je een vallende ster ziet
Als we zachtjes vragen
Onze wens wordt vervuld

Hoeveel belovende lichten, daalden op je zakdoek
En in stilte vroeg je hen, wat ze nooit gaven

De namiddag is verdrietig geworden
De regen heeft een geur
Die me herinnert aan de vergeten liefde

De namiddag is verdrietig geworden
De regen heeft een geur
Die me herinnert aan de vergeten liefde

Vraag de sterren niet om een beeld voor mijn lichaam
Of de echo van mijn melodie, vraag niets, ik smeek je
Moeder, ik wil dat je me zoekt daar waar de spiegels
Schuilen in de schaduw en in de kou de stilte

De namiddag is verdrietig geworden
De regen heeft een geur
Die me herinnert aan de vergeten liefde

De namiddag is verdrietig geworden
De regen heeft een geur
Die me herinnert aan de vergeten liefde

Moeder, ik wil dat je me zoekt daar waar de spiegels
Schuilen in de schaduw en in de kou de stilte
Moeder, mijn aanwezigheid is genoeg, je liet me over de aarde spreken
Die clandestiene gebaar van jouw liefde op mijn vers

De namiddag is verdrietig geworden
De regen heeft een geur
Die me herinnert aan de vergeten liefde

De namiddag is verdrietig geworden
De regen heeft een geur
Die me herinnert aan de vergeten liefde

Een vogeltje vloog
Namens de eeuwige vlucht
Het zoetste, het tederste dat het veld me gaf
Maar bij het vertrek liet het
Als troostend aandenken
Een veer van bedrog die ik met liefde bewaar
Het vogeltje dat ik als kind treurig van de grond oppakte

De namiddag is verdrietig geworden
De regen heeft een geur
Die me herinnert aan de vergeten liefde

De namiddag is verdrietig geworden
De regen heeft een geur
Die me herinnert aan de vergeten liefde

Escrita por: Pedro Luis Ferrer