Qué Alegría Más Tonta
Qué alegría más tonta
Estar viéndolas venir,
Qué bonita tu boca,
Qué paz, qué bien, vivir
Qué vivan los idiotas
Que nos hacen reir,
Que ridículo es callarse cuando quieres decir
Que estás bien cuando todo va mal
Que sólo me sale cantar
Mientras se matan ahí fuera
Y las cabezas vuelan.
Qué alegría, que buen día,
Qué bueno tenerte.
Qué bien estoy, quién me lo diría,
Cada día que sale el sol salgo a verte,
Qué alegría más tonta,
Volar sentado aquí,
Que me llamen pasota,
Me la suda soy así.
Qué vivan los que votan,
Los que pasan de ir,
Los que quieren y no pueden
Y nos quieren decir
Que están bien cuando todo va mal,
Que sólo me sale cantar
Mientras se matan ahí fuera
Y las cabezas vuelan.
Qué alegría, que buen día,
Qué bueno tenerte.
Qué bien estoy, quién me lo diría,
Cada día que sale el sol salgo a verte,
Qué difícil ser lo más,
Qué fácil ser elegante.
Qué manera de soñar,
Qué fantasía, qué arte.
Qué alegría, que buen día,
Qué bueno tenerte.
Qué bien estoy, quién me lo diría,
Cada día que sale el sol salgo a verte,
Qué alegría, que buen día,
Qué bueno tenerte.
Qué bien estoy, quién me lo diría,
Cada día que sale el sol salgo a verte.
Wat een Domme Blijdschap
Wat een domme blijdschap
Ze komen eraan, ik zie ze,
Wat een mooie mond heb je,
Wat een rust, wat fijn, leven
Lang leve de idioten
Die ons laten lachen,
Hoe ridicuul is het om te zwijgen als je iets wilt zeggen
Dat je je goed voelt als alles slecht gaat
Dat ik alleen maar zeg maar zingen kan
Terwijl ze daarbuiten vechten
En de hoofden vliegen.
Wat een blijdschap, wat een goede dag,
Wat fijn om jou te hebben.
Wat voel ik me goed, wie had dat gedacht,
Elke dag dat de zon opkomt ga ik je zien,
Wat een domme blijdschap,
Hier zittend te vliegen,
Noem me maar een nihilist,
Het kan me niet schelen, zo ben ik.
Lang leve degenen die stemmen,
Die niet willen gaan,
Die willen en niet kunnen
En ons willen vertellen
Dat ze zich goed voelen als alles slecht gaat,
Dat ik alleen maar kan zingen
Terwijl ze daarbuiten vechten
En de hoofden vliegen.
Wat een blijdschap, wat een goede dag,
Wat fijn om jou te hebben.
Wat voel ik me goed, wie had dat gedacht,
Elke dag dat de zon opkomt ga ik je zien,
Hoe moeilijk is het om het beste te zijn,
Hoe makkelijk is het om elegant te zijn.
Wat een manier om te dromen,
Wat een fantasie, wat een kunst.
Wat een blijdschap, wat een goede dag,
Wat fijn om jou te hebben.
Wat voel ik me goed, wie had dat gedacht,
Elke dag dat de zon opkomt ga ik je zien,
Wat een blijdschap, wat een goede dag,
Wat fijn om jou te hebben.
Wat voel ik me goed, wie had dat gedacht,
Elke dag dat de zon opkomt ga ik je zien.