395px

Tussen Wervelingen

Perrozompopo

Entre Remolinos

Dejó caer en mi arena en sus pies
Dejó saber en mis labios su sed
Juntos probamos la noche
El suave murmullo, el imán y la flor
Fuimos casi un muro, casi viento, casi sal
Fuimos casi nada y todo de una sola vez
Todo de una sola vez

Los dedos iban tanteando entre piel y piel
Era el reconocimiento de sudores, de su nombre
Y fuimos casi un muro, casi viento, casi sal
Fuimos casi nada y todo de una sola vez, de una sola vez
De una sola vez

Y nos quedamos ahí, como bordando el dolor
Como sacando del mar el rostro para llorar
Y nos quedamos ahí, con la certeza de estar
Enredados entre remolinos y su amor, y su amor, y su amor, y su amor

Los dedos ibas tanteando, entre piel y piel era el reconocimiento de sudores de su nombre y fuimos casi un muro, casi viento, casi sal
Fuimos casi nada y todo de una sola vez, de una sola vez, de una sola vez

Y nos quedamos ahí, como bordando el dolor
Como sacando del mar el rostro para llorar
Y nos quedamos ahí, con la certeza de estar
Enredados entre remolinos y su amor, y su amor

Y nos quedamos ahí, como bordando el dolor
Como sacando del mar el rostro para llorar
Y nos quedamos ahí, con la certeza de estar
Enredados entre remolinos y su amor, y su amor

Tussen Wervelingen

Liet vallen in mijn zand, aan zijn voeten
Liet weten op mijn lippen zijn dorst
Samen proefden we de nacht
Het zachte gefluister, de magneet en de bloem
We waren bijna een muur, bijna wind, bijna zout
We waren bijna niets en alles in één keer
Alles in één keer

De vingers gingen tasten tussen huid en huid
Het was de herkenning van zweet, van zijn naam
En we waren bijna een muur, bijna wind, bijna zout
We waren bijna niets en alles in één keer, in één keer
In één keer

En we bleven daar, als bordurend op de pijn
Als het gezicht uit de zee halen om te huilen
En we bleven daar, met de zekerheid te zijn
Verwikkeld tussen wervelingen en zijn liefde, en zijn liefde, en zijn liefde, en zijn liefde

De vingers gingen tasten, tussen huid en huid was de herkenning van zweet van zijn naam en we waren bijna een muur, bijna wind, bijna zout
We waren bijna niets en alles in één keer, in één keer, in één keer

En we bleven daar, als bordurend op de pijn
Als het gezicht uit de zee halen om te huilen
En we bleven daar, met de zekerheid te zijn
Verwikkeld tussen wervelingen en zijn liefde, en zijn liefde

En we bleven daar, als bordurend op de pijn
Als het gezicht uit de zee halen om te huilen
En we bleven daar, met de zekerheid te zijn
Verwikkeld tussen wervelingen en zijn liefde, en zijn liefde

Escrita por: Ramón Mejía