395px

De Keizersnede

Peste Noire

La Césarienne

Sonnet pour dame enceinte

Cette nuit j'ai rêvé que je mâchais ses yeux
Après avoir crevé par accès de furie
Ta replète panse d'helminthes blancs nourrie,
Trop prompte à déféquerez fruit d'un vit saniteux.

J'ai sucé ton poupon et j'ai sucé l'épieu
Qui pour extraire ton ver à demi mûri
S'enfonçait dans tes chairs humides et pourries
Et drainant jusqu'à moi le paquet silencieux.

C'était un bel enfant... Il avait les moignons
De sa mère ! Le teint mortifère et trognon
De ton corps émondé sous la lame qui danse.

Ses cuirs sabrés au gré de ma fantaisie belle
Délicieux exsudaient l'arôme sexuel
De ces puants mort-nés trop tôt privés d'enfance.

De Keizersnede

Sonnet voor een zwangere vrouw

Deze nacht droomde ik dat ik in je ogen bijt
Nadat ik barstte van woede, zo vol van woede
Je gezwollen buik, vol met witte wormen, voedde,
Te snel om te poepen, vrucht van een ongezonde strijd.

Ik heb aan je baby gezoend en ik heb aan de speer gezoend
Die om je halfrijpe worm te extraheren
Die zich in je vochtige, rotte vlees boorde
En tot mij het stille pakketje leidde.

Het was een mooi kind... Hij had de stompjes
Van zijn moeder! De dodelijke teint en de knol
Van jouw lichaam, gekortwiekt door het dansende mes.

Zijn leer, gesneden naar mijn mooie fantasie
Smeekte heerlijk de seksuele geur
Van die stinkende doodgeborenen, te vroeg beroofd van hun kindertijd.

Escrita por: