395px

Op Hetzelfde Tijdstip, Op Dezelfde Plaats

Pimpinela

A La Misma Hora, En El Mismo Lugar

Lucía y Joaquín: A la misma hora en el mismo lugar,
El iba cada tarde para verla pasar,
Ella abrazada con el hombre aquel,
Y él enamorado de esa mujer. . .
A la misma hora en el mismo lugar,
En la misma mesa y en el mismo bar,
Dejaba el corazón llorando por amor,
Por ese amor que le quitaba el sueño, la vida y la paz. . .
Y luego por la noche él volvía a casa,
Un beso, una caricia de quien lo esperaba,
Siempre el mismo reproche, su mirada ausente,
Siempre la imagen de ella, dueña de su mente. . .
Y luego otra vez, despierto en la cama,
Tratando de olvidarla, abrazado a su almohada,
De nuevo esa pregunta: "dime qué te pasa?"
Y él que le responde: "nada, hasta mañana. . . "
A la misma hora en el mismo lugar,
El volvió esa tarde para verla pasar,
Ella como siempre con el hombre aquel,
Y él que se moría por esa mujer. . .
A la misma hora en el mismo lugar,
En la misma mesa y en el mismo bar,
Al final le escribió una carta de amor,
Con lo que hubiera querido decirle y no se atrevió. . .
Y luego por la noche él volvía a casa,
Un beso, una caricia de quien lo esperaba,
Siempre el mismo reproche, su mirada ausente,
Siempre la imagen de ella dueña de su mente. . .
Y esa noche en silencio se fue de la cama,
Guardó en una maleta lo que le quedaba,
Le puso a su mujer la carta en la almohada,
A ese amor infiel, a la que tanto amaba. . .
Y se fue despacio para no volver,
Se marchó en la noche del domingo aquel,
Pero cada tanto lo veían pasar,
A la misma hora y en el mismo lugar. . .

Op Hetzelfde Tijdstip, Op Dezelfde Plaats

Lucía en Joaquín: Op hetzelfde tijdstip, op dezelfde plek,
Hij kwam elke middag om haar te zien passeren,
Zij omarmd door die man daar,
En hij verliefd op die vrouw...
Op hetzelfde tijdstip, op dezelfde plek,
Aan dezelfde tafel en in dezelfde kroeg,
Liet hij zijn hart huilen om de liefde,
Voor die liefde die hem de slaap, het leven en de rust ontnam...
En dan 's nachts kwam hij weer thuis,
Een kus, een aai van degene die op hem wachtte,
Altijd dezelfde verwijten, haar afwezig blik,
Altijd het beeld van haar, de baas over zijn gedachten...
En dan weer, wakker in bed,
Proberend haar te vergeten, omarmd door zijn kussen,
Weer die vraag: "zeg me wat er aan de hand is?"
En hij die antwoordt: "niets, tot morgen..."
Op hetzelfde tijdstip, op dezelfde plek,
Hij kwam die middag weer om haar te zien passeren,
Zij zoals altijd met die man daar,
En hij die stierf voor die vrouw...
Op hetzelfde tijdstip, op dezelfde plek,
Aan dezelfde tafel en in dezelfde kroeg,
Uiteindelijk schreef hij een liefdesbrief,
Met wat hij haar had willen zeggen maar niet durfde...
En dan 's nachts kwam hij weer thuis,
Een kus, een aai van degene die op hem wachtte,
Altijd dezelfde verwijten, haar afwezig blik,
Altijd het beeld van haar, de baas over zijn gedachten...
En die nacht ging hij stilletjes uit bed,
Stopte in een koffer wat hij nog had,
Legde de brief voor zijn vrouw op het kussen,
Aan die ontrouwe liefde, degene van wie hij zoveel hield...
En hij ging langzaam weg om niet terug te keren,
Hij vertrok in de nacht van die zondag,
Maar af en toe zagen ze hem passeren,
Op hetzelfde tijdstip en op dezelfde plek...

Escrita por: Galan Joaquin Roberto, Lucia Galan, Alejandro Miguel Vezzani Liendo