395px

De Troubadour en Ik

Psiglo

El Juglar y Yo

Veo a lo largo de un frío tul
Que cubre el inmenso valle
Negras mesetas, muselinas de nubes blancas
Veo la pálida luz del Sol, qué asoma en el horizonte

Y como un telón se corrían, las nubes blancas
Quebrada la niebla, se envalentona el Sol
Que es marzo y verano en Tacuarembó
Y el negro penacho del viejo tren

Que hiere el valle y se hunde en él
Se aplasta y se extiende, grita y se esconde
Corre y se detiene, nace, vive y muere, pero libre
Y confunde al Sol y a la niebla

A la pena en paz y a la alegría en victoria
Y suena un tornido canto de pájaros lerdos
Que despierta el tren con su aullido terco
Y arranca más voces de ranchos torcidos
Que copian al hornero, su barro y su forma de nido

De Troubadour en Ik

Ik zie langs een koude tule
Die het immense dal bedekt
Zwarte plateaus, muselina's van witte wolken
Ik zie het bleke licht van de Zon, die opkomt aan de horizon

En als een gordijn schuiven de witte wolken weg
De mist breekt, de Zon wordt dapper
Het is maart en zomer in Tacuarembó
En de zwarte pluim van de oude trein

Die het dal doorboort en erin zinkt
Die zich platdrukt en zich uitstrekt, schreeuwt en zich verbergt
Rent en stopt, wordt geboren, leeft en sterft, maar vrij
En verwart de Zon en de mist

De pijn in vrede en de vreugde in overwinning
En er klinkt een schel gezang van trage vogels
Die de trein wekt met zijn koppige gehuil
En meer stemmen losmaakt van kromme hutten
Die de hornero imiteren, zijn klei en zijn nestvorm.