395px

Ik Ga Niet Naar De Mijn

Quilapayún

A La Mina No Voy

El blanco vive en su casa
de madera con balcón.
El negro en rancho de paja
en un solo paredón.

Y aunque mi amo me mate
a la mina no voy
yo no quiero morirme
en un socavón.

Don Pedro es tu amo
él te compró
se compran las cosas
a los hombres no.

En la mina brilla el oro
al fondo del socavón
el blanco se lleva todo
y al negro deja el dolor.

Cuándo vuelvo de la mina
cansado del carretón
encuentro a mi negra triste
abandonada de Dios
y a mis negritos con hambre
¿por qué esto, pregunto yo?

Ik Ga Niet Naar De Mijn

De blanke woont in zijn huis
van hout met een balkon.
De zwarte in een rieten hut
tegen een enkele muur.

En hoewel mijn baas me doodt
ik ga niet naar de mijn
ik wil niet sterven
in een mijnschacht.

Don Pedro is jouw baas
hij heeft je gekocht
je kunt dingen kopen
maar geen mensen.

In de mijn schittert het goud
onderin de schacht
de blanke neemt alles mee
en laat de zwarte met pijn.

Wanneer ik terugkom van de mijn
moe van de kar
vind ik mijn zwarte vrouw verdrietig
verlaten door God
en mijn kindjes met honger
waarom is dit, vraag ik me af?

Escrita por: Del Folklore Colombiano