El canto del gallo
El jaleo de los días de feria
ya se oía a un kilometro del pueblo
y un extraño acento en el hablar
de los que halló por el camino.
Un coro de muchachas y una vieja
levantándose las faldas al bailar
y un jovencito de broma peligrosa
haciendo gala del orgullo local.
De los que dan dinero por la noche
para que nunca termine su canción
para que sude el músico ambulante
su condición de vagabundo.
Es ya la hora del aperitivo
y todavía no funciona el tiovivo
el músico buscó la acera en sombra
y la ventana donde olía a flor.
Tenga esta rosa blanca, señorita
a cambio de su negro pensamiento
por qué motivo temblaron sus labios
vio en sus ojos el fondo de un volcán.
Y mientras tanto corría la sangre
en la plaza, como un vino común
y las plumas de los gallos
por el aire volaban aun.
Quítese usted de en medio forastero
que ya no quedan señoritas en el bar
ya cantó como el gallo de pasión
pero esta es mi canción
y el baile va a empezar.
El músico ambulante se agarró del vaso
y sintió que flotaba en la luz artificial
apuró el trago de madrugada
un borracho imitaba el canto del gallo.
Se deslizó por una callejuela
antes de que empezase a clarear
y al pasar por la ventana enrejada
suavecito empezó a silbar.
Pero nadie conocía la tonada
que era inventada para la ocasión
y se fue por el camino a contemplar
los desvelos de las ultimas sombras.
Y caminando iba pensando que ganar
siempre es tentar a la otra cara de la suerte
y que por eso te hacen daño los huesos
cuando golpeas fuerte.
Y así se fue chasqueando los dientes
en memoria de algún actor
cuyo nombre se ha perdido
y que hacía de bandido
y sintió la alegría del olvido
y al andar descubrió la maravilla
del sonido de sus propios pasos
en la gravilla.
Het gezang van de haan
Het rumoer van de kermisdagen
was al te horen op een kilometer van het dorp
met een vreemde accent in het praten
van degenen die hij op de weg tegenkwam.
Een koor van meisjes en een oude vrouw
heffen hun rokken op terwijl ze dansen
en een jonge knaap met gevaarlijke grappen
laat de lokale trots zien.
Van degenen die 's nachts geld geven
zodat hun lied nooit eindigt
zodat de straatmuzikant zweet
zijn leven als zwervende.
Het is al tijd voor de borrel
en het draaimolen werkt nog niet
de muzikant zocht de schaduw van de stoep
en het raam waar het naar bloemen rook.
Neem deze witte roos, juffrouw
in ruil voor uw donkere gedachten
waarom trilden uw lippen
ik zag in uw ogen de diepte van een vulkaan.
En ondertussen stroomde het bloed
op het plein, als gewone wijn
en de veren van de hanen
vlogen nog door de lucht.
Ga uit de weg, vreemdeling
want er zijn geen juffrouwen meer in de bar
je zong als de haan van passie
maar dit is mijn lied
en de dans gaat beginnen.
De straatmuzikant greep het glas vast
en voelde dat hij zweefde in het kunstlicht
hij dronk zijn slok in de vroege ochtend
een dronkaard imiteerde het gezang van de haan.
Hij gleed door een steegje
voordat het begon te lichten
en terwijl hij langs het tralieraam ging
begon hij zachtjes te fluiten.
Maar niemand kende de melodie
die was uitgevonden voor de gelegenheid
en hij ging verder op de weg om te contempleren
het wakker liggen van de laatste schaduwen.
En al wandelend dacht hij na over wat te winnen
want winnen is altijd de andere kant van het lot tarten
en daarom doen je botten pijn
wanneer je hard slaat.
En zo ging hij knarsend met zijn tanden
ter nagedachtenis aan een acteur
wiens naam verloren is gegaan
en die een bandiet speelde
en hij voelde de vreugde van de vergetelheid
en al wandelend ontdekte hij de wonderen
van het geluid van zijn eigen stappen
op het grind.