Le Llaman Jesús
Hay un hombre que está solo,
Tiene triste la mirada,
Con sus manos lastimadas,
Que no dejan de sangrar.
Él sembró todas las flores,
Tiene muchos familiares,
Tiene tierras, tiene mares,
Pero vive en soledad.
Le llaman jesús.
Le llaman jesús.
Hay.....
Le llaman jesús.
Le llaman jesús.
Cada vez está más solo,
Sus hermanos lo olvidaron,
Sin querer lo lastimaron
Y hoy se muere de dolor.
Ya cumplió más de mil años
Y parece siempre un niño,
El que dio tanto cariño,
Hoy le niegan el amor.
Le llaman jesús.
Le llaman jesús.
Hay.....
Le llaman jesús.
Le llaman jesús.
La… lararararairarara.......
Cada vez está más solo,
Sus hermanos lo olvidaron,
Sin querer lo lastimaron,
Hoy se muere de dolor.
Ya cumplió más de mil años
Y parece siempre un niño,
El que dio tanto cariño,
Hoy le niegan el amor.
Le llaman jesús.
Le llaman jesús.
Hay.....
Le llaman jesús.
Le llaman jesús.
Hay… lalalalalailalaila……..
Ze Noemen Jezus
Er is een man die alleen is,
Met een treurig gezicht,
Met zijn gewonde handen,
Die blijven bloeden.
Hij heeft alle bloemen geplant,
Heeft veel familieleden,
Heeft land, heeft zeeën,
Maar leeft in eenzaamheid.
Ze noemen Jezus.
Ze noemen Jezus.
Er is.....
Ze noemen Jezus.
Ze noemen Jezus.
Steeds meer alleen,
Zijn broers zijn hem vergeten,
Per ongeluk hebben ze hem pijn gedaan
En vandaag sterft hij van de pijn.
Hij is al meer dan duizend jaar oud
En lijkt altijd een kind,
Degene die zoveel liefde gaf,
Wordt nu de liefde ontzegd.
Ze noemen Jezus.
Ze noemen Jezus.
Er is.....
Ze noemen Jezus.
Ze noemen Jezus.
La… lararararairarara.......
Steeds meer alleen,
Zijn broers zijn hem vergeten,
Per ongeluk hebben ze hem pijn gedaan,
Vandaag sterft hij van de pijn.
Hij is al meer dan duizend jaar oud
En lijkt altijd een kind,
Degene die zoveel liefde gaf,
Wordt nu de liefde ontzegd.
Ze noemen Jezus.
Ze noemen Jezus.
Er is.....
Ze noemen Jezus.
Ze noemen Jezus.
Er is… lalalalalailalaila……..