Cambalache
Que o mundo foi e será uma porcaria, eu já sei
Em 506 e em 2000 também
Que sempre houve ladrões, maquiavélicos e safados
Contentes e frustrados, valores, confusão
Mas que o século XX é uma praga
De maldade e lixo
Já não há quem negue
Vivemos atolados na lameira
E no mesmo lodo todos manuseados
Hoje em dia, dá no mesmo
Ser direito que traidor
Ignorante, sábio, besta
Pretensioso, afanador
Tudo é igual, nada é melhor
É o mesmo um burro, que um bom professor
Sem diferir, é sim senhor
Tanto no Norte ou como no Sul
Se um vive na impostura
Outro afana em sua ambição
Dá no mesmo que seja padre
Carvoeiro, rei de paus, cara dura ou senador
Que falta de respeito, que afronta pra razão
Qualquer um é senhor, qualquer um é ladrão
Misturam-se Beethoven, Ringo Starr e Napoleão
Pio IX e Dom João, John Lennon e San Martin
Igual como na frente da vitrine
Esses bagunceiros se misturam à vida
Feridos por um sabre já sem ponta
Por chorar a bíblia, junto ao aquecedor
Século XX cambalache
Problemático e febril
O que não chora, não mama
Quem não rouba é um imbecil
Já não dá mais, força que dá
Que, lá no inferno, nos vamos encontrar
Não penses mais, senta-te ao lado
Que a ninguém importa se nasceste honrado
Se é o mesmo que trabalha
Noite e dia como um boi
Se é o que vive na fartura
Se é o que mata, se é o que cura
Ou mesmo fora-da-lei
Cambalache
Dat de wereld een rotzooi was en zal zijn, dat weet ik al
In 506 en in 2000 ook
Dat er altijd dieven waren, machiavellistisch en gemeen
Tevreden en gefrustreerd, waarden, verwarring
Maar dat de twintigste eeuw een plaag is
Van kwaad en afval
Er is niemand die het ontkent
We leven vast in de modder
En in dezelfde stront worden we allemaal gemanipuleerd
Tegenwoordig maakt het niet uit
Of je rechtvaardig of verrader bent
Onwetend, wijs, dom
Verwaand, dief
Alles is gelijk, niets is beter
Een ezel is hetzelfde als een goede leraar
Zonder verschil, ja meneer
Zowel in het Noorden als in het Zuiden
Als de één in bedrog leeft
Steelt de ander in zijn ambitie
Het maakt niet uit of hij priester is
Steenkoolboer, koning van stokken, een brutale of senator
Wat een gebrek aan respect, wat een belediging voor de rede
Iedereen is heer, iedereen is een dief
Beethoven, Ringo Starr en Napoleon worden gemengd
Pius IX en Dom João, John Lennon en San Martin
Net zoals voor de etalage
Mengt deze rommelige bende zich met het leven
Gewond door een zwaard dat al bot is
Omdat ze de bijbel huilend bij de verwarming hebben
Twintigste eeuw, cambalache
Probleemachtig en koortsig
Wie niet huilt, krijgt niet
Wie niet steelt is een idioot
Het gaat niet meer, kracht die het heeft
Want, daar in de hel, zullen we elkaar ontmoeten
Denk niet meer na, ga naast me zitten
Het kan niemand schelen of je eerzaam bent geboren
Of je hetzelfde bent als degene die
Dag en nacht werkt als een os
Of degene die in overvloed leeft
Of degene die doodt, of degene die geneest
Of zelfs een buitenstaander