La Plañidera
Hoy de nuevo la casa se viste de negro
Las cortinas se cierran en signo de duelo
Una vieja tinaja han hecho de florero
Antes guardaba chicha hoy un adiós postrero
Ya se escucha el lamento y la voz lastimera
De una mujer de negro que nadie conoce
Ella es la más llora y es la que más sufre
Solo el dueño de casa sabe que es plañidera
Y el café más amargo que ayer
Ya empezaron a beber
Y un violín en el otro salón
Entona triste una canción
La plañidera, La plañidera
Que sus lágrimas vendió
La plañidera, La plañidera
Llora quien no conoció
Ningún lazo le une con el que yace muerto
Más se queja y le añora como ningún pariente
Ha llegado a la puerta el carrito mortuorio
Ya los hombres no beben el fuerte aguardiente
Titubeando caminan hacia el campo santo
Se persignan y rezan nuestro Padre Nuestro
Una cruz de madera toda mal tallada
Es la forma callada de un humilde gesto
El sepelio ha llegado a su fase final
Ya los deudos se van cada cual a su hogar
Los ojos maltratados cuál marchita flor
Es el saldo que deja el hondo dolor
Y el café más amargo que ayer
Ya empezaron a beber
Y un violín en el otro salón
Entona triste esta canción
La plañidera, La plañidera
Que sus lágrimas vendió
La plañidera, La plañidera
Lloro a quien no conoció
De Weeklaagster
Vandaag weer kleedt het huis zich in het zwart
De gordijnen sluiten zich als teken van rouw
Een oude kruik is nu een vaas geworden
Eerder bewaarde hij chicha, nu een laatste vaarwel
Al klinkt het geklaag en de treurige stem
Van een vrouw in het zwart die niemand kent
Zij is de grootste huiler en zij die het meest lijdt
Alleen de eigenaar weet dat zij de weeklaagster is
En de koffie is bitterder dan gisteren
Ze zijn al begonnen te drinken
En een viool in de andere kamer
Zingt treurig een lied
De weeklaagster, de weeklaagster
Die haar tranen verkocht
De weeklaagster, de weeklaagster
Huilt om wie ze niet kende
Geen enkele band verbindt haar met de dode
Toch klaagt ze en mist hij als geen enkele verwant
De lijkwagen is bij de deur aangekomen
De mannen drinken de sterke aguardiente niet meer
Tastend lopen ze naar het kerkhof
Ze maken het kruis en bidden ons Vader Onze
Een houten kruis, slecht gesneden
Is de stille vorm van een bescheiden gebaar
De begrafenis is aan zijn laatste fase gekomen
De nabestaanden gaan ieder naar hun huis
De ogen, mishandeld als een verwelkte bloem
Is de prijs die het diepe verdriet achterlaat
En de koffie is bitterder dan gisteren
Ze zijn al begonnen te drinken
En een viool in de andere kamer
Zingt treurig dit lied
De weeklaagster, de weeklaagster
Die haar tranen verkocht
De weeklaagster, de weeklaagster
Huilt om wie ze niet kende