Calle de la llorería
Al que quiere jugar con fuego pero odia quemarse
A vendedores de humo que buscan claridad
Al que se mete donde cubre y traga agua hasta ahogarse
Al seco que pide que se mojen los demás
Al equidistante travestido que choca
Con el discurso de que los extremos se tocan
Al de las medias tintas que busca cantar victoria
Pero di qué media tinta escribió una buena historia
Al que vive del recuerdo y el presente le explota
La cara le estalla por mirar su ombligo
Al que pasa el mal rato de ver
Que te doy el mismo trato
Que lograste que tuviese contigo
Síndrome de Lucifer
Que solo es hacer de cruel
Porque antes con él lo habían sido
Al que pide peras al alma
Y manda a dónde amargan pepinos
Corre o no va a haber sitio
Vete y cierra al salir
Que de ir tanta peña se ha puesto pequeña
Y no hay dónde vivir
Como una magdalena
Sabes por donde voy
Alguien se ha puesto a llorar
Pero no te voy a decir quién soy
A llorar a la calle de la llorería
(Que yo ya lo lloré, que yo ya lo lloré)
A llorar a la calle de la llorería
(Que yo ya lo lloré, que yo ya lo lloré)
Perdona la ironía
Que me ría, me ría y me ría
Pero esa penita no fue mía
Yo ya la lloré, yo ya la lloré
Al indeciso que se queda a la espera
Porque hay cosas que llevan su tiempo
Hasta que el tiempo se lleva
Y cuando ya no hubo nada que perder
Solo ganó el tiempo perdido
Se queja de que no hay tiempo añadido
Al valiente impresentable
Que quiere que hablen de él aunque sea mal
Al ofendido que despelleja por la red
Sin miramientos para que no vean su inseguridad
Al buscador de caso que teme que lo olviden
A las bocas que no dicen pero siempre piden
A los críticos más duros que tienen la piel más fina
Lengua viperina, pero ni una oreja que oiga lo que opinen
Al eterno arrepentido
Por todas las veces que no quiso estar
Que se ve más solo que la una
Porque ahora que sí quiere
No tiene a su lado a nadie a quién llorar
Corre o no va a haber sitio
Vete y cierra al salir
Que de ir tanta peña se ha puesto pequeña
Y no hay dónde vivir
Como una magdalena
Sabes por dónde voy
Alguien se ha puesto a llorar
Pero no te voy a decir quién soy
Hoy, hoy
A llorar a la calle de la llorería
(Que yo ya lo lloré, que yo ya lo lloré)
A llorar a la calle de la llorería
(Que yo ya lo lloré, que yo ya lo lloré)
Perdona la ironía
Que me ría, me ría, me ría
Pero esa penita no fue mía
Yo ya la lloré, yo ya la lloré, yo ya la lloré
Yo ya la lloré
Straat van het janken
Voor degene die met vuur wil spelen maar bang is te branden
Voor de verkopers van rook die helderheid zoeken
Voor degene die zich verstoppen en zo diep gaan dat ze verdrinken
Voor degene die droog is en vraagt dat anderen nat worden
Voor de gelijkgestelde die zich travestit en botsen
Met het verhaal dat extremen elkaar raken
Voor de twijfelaar die wil winnen met halve waarheden
Maar zeg, welke halve waarheid heeft ooit een goed verhaal geschreven?
Voor degene die leeft van herinneringen terwijl het heden explodeert
Zijn gezicht barst uit elkaar van het naar zijn navel staren
Voor degene die het vervelend vindt om te zien
Dat ik jou dezelfde behandeling geef
Als wat je voor elkaar kreeg
Lucifer-syndroom
Dat is alleen maar wreed zijn
Want daarvoor waren ze het ook geweest
Voor degene die peren aan de ziel vraagt
En zegt waar ze de zorgen moeten laten
Ren of er is geen plek meer
Ga en sluit de deur achter je
Want door al die mensen is het klein geworden
En is er geen plek meer om te wonen
Als een madeleine
Weet je waar ik heen ga
Iemand heeft erom gehuild
Maar ik ga je niet vertellen wie ik ben
Ga huilen op de straat van het janken
(Want dat heb ik al gehuild, dat heb ik al gehuild)
Ga huilen op de straat van het janken
(Want dat heb ik al gehuild, dat heb ik al gehuild)
Vergeef de ironie
Dat ik lach, lach en blijf lachen
Maar dat verdrietje was niet van mij
Ik heb het al gehuild, ik heb het al gehuild
Voor de twijfelaar die op een antwoord wacht
Omdat sommige dingen hun tijd nodig hebben
Totdat de tijd op is
En als er niets meer te verliezen is
Heeft alleen de verloren tijd gewonnen
En hij klaagt dat er geen extra tijd meer is
Voor de dappere verschoppeling
Die wil dat er over hem gesproken wordt, ook al is het slecht
Voor de beledigde die ons net zo te kijk stelt op het internet
Zonder schroom zodat men zijn onzekerheid niet opmerkt
Voor de zoekende die bang is vergeten te worden
Voor de monden die niet zeggen wat ze willen maar altijd vragen
Voor de hardste critici die de meest gevoelige huid hebben
Met een venijnige taal, maar geen oren om te horen wat ze denken
Voor de eeuwige spijtige
Die al die keren niet wilde zijn
Die zich eenzamer voelt dan ooit
Omdat nu hij wel wil
Hij niemand naast zich heeft om te huilen
Ren of er is geen plek meer
Ga en sluit de deur achter je
Want door al die mensen is het klein geworden
En is er geen plek meer om te wonen
Als een madeleine
Weet je waar ik heen ga
Iemand heeft erom gehuild
Maar ik ga je niet vertellen wie ik ben
Vandaag, vandaag
Ga huilen op de straat van het janken
(Want dat heb ik al gehuild, dat heb ik al gehuild)
Ga huilen op de straat van het janken
(Want dat heb ik al gehuild, dat heb ik al gehuild)
Vergeef de ironie
Dat ik lach, lach, lach
Maar dat verdrietje was niet van mij
Ik heb het al gehuild, ik heb het al gehuild, ik heb het al gehuild
Ik heb het al gehuild