395px

Waar Ze Mee Pronken

Ricardo Fuentes

De Que Presumen

De qué presumen cuando pasan por mi lado,
Van muy altivos muy feliz con tu pecado,
Y él muy contento porque cree que me ha quitado
Aquel cariño que es la luz de mi pasado.
Si fueran gente como todos con vergüenza,
No se atrevieran a cruzar por mi presencia;
Pero eso si que requiere inteligencia
Y eso jamás ni tú ni él podrán tener.
Lo besarás con tus labios manchados,
Te colmará con sus torpes caricias
Y recordando nuestro ayer vas a enseñarle cómo hacer
Las dulces cosas que una noche te enseñé.
Te estrechará de placer satisfecho,
Y sentirás vanidad de tu pecho
Y pensará que sufriré pero es tan tonto como tú
Porque presume de un amor que yo olvidé.
Si fueran gente como todos con...etc.

Waar Ze Mee Pronken

Waar ze mee pronken als ze langs me lopen,
Heel trots en blij met jouw zonden, zo hopen,
En hij zo tevreden, denkt dat hij me heeft ontnomen
Die liefde die de lichtstraal van mijn verleden is, zo krom.
Als ze maar mensen waren zoals iedereen met schaamte,
Zouden ze niet durven te passeren in mijn aanwezigheid;
Maar dat vereist wel wat intelligentie,
En dat zul jij nooit hebben, noch hij, dat is een feit.
Je zult hem kussen met je bevlekte lippen,
Hij zal je overladen met zijn onhandige strelingen,
En terwijl je ons verleden herinnert, ga je hem leren hoe te doen
Die zoete dingen die ik je op een nacht heb geleerd.
Hij zal je omarmen van tevredenheid,
En je zult je trots voelen in je hart, zo wijd,
En hij denkt dat ik zal lijden, maar hij is zo dom als jij,
Want hij pronkt met een liefde die ik al vergeten ben.
Als ze maar mensen waren zoals iedereen met...etc.

Escrita por: