Balada das Mãos Ausentes
Este poema, quisera que fosse grito
Para lá do infinito, além do tempo
Que o próprio vento o levasse em seu rumor
Como mensagem de amor, este poema
Que minha voz fosse a voz da própria terra
Ecoando de serra em serra gritos de paz
Gestos de pão sagrados são, gestos de amor
Por cada um nasce uma flor em cada mão
Semi-deuses conquistam a Lua
Outros planetas, todo o universo
E na terra, tu criança nua
Que triste vegestas sem pão e sem berço
E ás mãos que trocaram arados
E gestos sagrados de redes e remos
Por gestos de morte, blasfemo
Gritarei no meu fado, o herói está errado
Quisera ser a força do mar revolto
Neste grito que ora solto em alta voz
E que esse canto fosse a voz de todos vós
O pranto do vosso pranto, qusira ser
Para dizer, mão sublimes, mãos ausentes
Na distância das sementes, voltem á terra
Ela vos quer de novo no seio sagrado
Pois há lamentos de prado na voz da terra
Ballade van de Afwezigheid van Handen
Dit gedicht, ik wou dat het een schreeuw was
Voorbij de oneindigheid, verder dan de tijd
Dat de wind het zou meenemen in zijn geruis
Als een boodschap van liefde, dit gedicht
Dat mijn stem de stem van de aarde zou zijn
Weerklonken van berg naar berg, schreeuwen van vrede
Heilige gebaren van brood zijn, gebaren van liefde
Voor ieder bloeit er een bloem in elke hand
Halfgoden veroveren de Maan
Andere planeten, heel het universum
En op aarde, jij naakt kind
Wat treurig ben je zonder brood en zonder wieg
En de handen die ploegen ruilden
Voor heilige gebaren van netten en riemen
Voor gebaren van de dood, godslasterlijk
Zal ik schreeuwen in mijn lot, de held is verkeerd
Ik wou de kracht zijn van de woelige zee
In deze schreeuw die ik nu luid laat horen
En dat dit lied de stem van jullie allen zou zijn
De tranen van jullie tranen, ik wou zijn
Om te zeggen, sublieme handen, afwezig handen
In de afstand van de zaden, keer terug naar de aarde
Zij wil jullie weer in haar heilige schoot
Want er zijn klachten van weiden in de stem van de aarde
Escrita por: João Dias / Raul Ferrão