El Cervatillo
Del asfalto preside
Un camino de tierra
Encina y pino seco
Nidos de aves
De aves y abejas
En lo alto del valle
Viven zorros, viven bestias
Pero aquel cervatillo
Andaba buscando
Andaba perdido
Qué será de su suerte
Qué será de la mía
Él me dijo gritando
En plena despedida
Voy camino al camino
No hay parada, no hay destino
Siempre que haya que comer
Se harán caminos al recorrer
Y ese cervatillo que me he cruzado por la carretera
Con su morro fino y cuerpo ágil
Hacia el mar brincando va
Qué es lo que cabe pensar
Alma que va a ningún lugar
Querer crecer y vagar
Como alma libre alguna vez
Del asfalto preside
Un camino de tierra
Encina y pino seco
Nidos, nidos de aves
Y abejas
En lo alto del valle
Viven zorros, viven bestias
Pero aquel cervatillo
Andaba buscando
Y andaba perdido
Qué será de su suerte
Qué será de la mía
Él me dijo gritando
En plena despedida
Voy camino al camino
No hay parada, no hay destino
Siempre que haya que comer
Se harán caminos al recorrer
Y ese cervatillo que me he cruzado por la carretera
Con su morro fino y cuerpo ágil
Hacia el mar brincando va
Qué es lo que cabe pensar
Y alma que va a ningún lugar
Querer crecer y vagar
Como alma libre alguna vez
De camino al camino
No hay parada, no hay destino
Het Hertje
Van het asfalt heerst
Een pad van aarde
Eik en droge den
Nesten van vogels
Van vogels en bijen
In de hoogte van de vallei
Leven vossen, leven beesten
Maar dat hertje
Was op zoek
Was verdwaald
Wat zal zijn lot zijn
Wat zal het mijne zijn
Hij riep het me toe
Bij het afscheid
Ik ga op weg naar de weg
Geen halte, geen bestemming
Zolang er te eten is
Zullen er paden zijn om te bewandelen
En dat hertje dat ik op de weg ben tegengekomen
Met zijn fijne snuit en lenig lichaam
Springt richting de zee
Wat moet je denken
Ziel die nergens heen gaat
Willen groeien en zwerven
Als een vrije ziel ooit
Van het asfalt heerst
Een pad van aarde
Eik en droge den
Nesten, nesten van vogels
En bijen
In de hoogte van de vallei
Leven vossen, leven beesten
Maar dat hertje
Was op zoek
En was verdwaald
Wat zal zijn lot zijn
Wat zal het mijne zijn
Hij riep het me toe
Bij het afscheid
Ik ga op weg naar de weg
Geen halte, geen bestemming
Zolang er te eten is
Zullen er paden zijn om te bewandelen
En dat hertje dat ik op de weg ben tegengekomen
Met zijn fijne snuit en lenig lichaam
Springt richting de zee
Wat moet je denken
En ziel die nergens heen gaat
Willen groeien en zwerven
Als een vrije ziel ooit
Op weg naar de weg
Geen halte, geen bestemming