395px

Reconnaissant

Robert Long

Dankbaar

refren':
Dedidelidoedelidoedelidoepa
Pedoedelidedoedap
Pedoedelidedoedap
Dedoedelidoep doedelidoep doedelidoepa
Pedoedelidedoedelidedap

Mijn overgrootvader
Die bracht 't niet zo ver
Omdat 'ie nog ontzag had voor de mensen met ontzag
Z'n hele leven bij een baas
Toen werd 'ie ziek helaas
Hij leed aan TBC dus kreeg 'ie dadelijk ontslag
Hij stierf dan ook al snel
Zonder dankjewel
Maar dankbaar moet je zijn
Nederig en klein
Hij stierf zonder een cent
Dat vond z'n vrouw dus niet zo fijn
Maar dankbaar moet je zijn
Nederig en klein
Dus bleef ze redelijk, vriendelijk, geduldig en beschei'n

refren'

Mijn opa die was boer
God vrezend, hart en stoer
Zondags twee keer naar de kerk
Dat hoorde toen nog zo
Z'n dochtertje werd ziek
Maar mocht van God geen prik
Dus bleef ze voor d'r leven lang misvormd door polio
Maar goed, ze ging niet dood
De blijdschap was dus groot
Dankbaar moet je zijn (dankbaar zijn, dankbaar zijn)
Nederig en klein (dankbaar zijn, dankbaar zijn)
Je gooit dan maar desnoods een scheutje water bij de wijn
(Dankbaar zijn, dankbaar zijn, dankbaar moet je zijn)
Want dankbaar moet je zijn (dankbaar zijn, dankbaar zijn)
Nederig en klein (dankbaar zijn, dankbaar zijn)
Al smaakt die wijn dan soms naar hele smerige azijn
(Dankbaar zijn, dankbaar zijn, dankbaar moet je zijn)

refren'

Mijn vader stierf vrij jong
Door kanker aan z'n long
Na maanden in 't ziekenhuis wou hij 't liefste dood
Maar als 'ie sterven zou
Dan kwam de dokter gauw
Die telkens op 't nippertje weer leven in 'm spoot
Toen hij de pijp uitging was dat een opluchting
Dankbaar moet je zijn (dankbaar zijn, dankbaar zijn)
Nederig en klein (dankbaar zijn, dankbaar zijn)
't Leven dat is heilig ook al barst je van de pijn
(Dankbaar zijn, dankbaar zijn, dankbaar moet je zijn)
Dankbaar moet je zijn (dankbaar zijn, dankbaar zijn)
Nederig en klein (dankbaar zijn, dankbaar zijn)
Wie leven wil gaat dood en wie sterft krijgt medicijn
(Dankbaar zijn, dankbaar zijn, dankbaar moet je zijn)

refren'

En nu ben ik dus zelf
Zo'n beetje op de helf
Dat moet natuurlijk helft zijn maar dan rijmt 't niet zo fijn
En nou pas zie ik in
Het heeft totaal geen zin
Om goed en braaf en zoet en lief en nederig te zijn
Daar schiet je niks mee op
't Kost alleen je kop
Want dankbaarheid is mooi
Maar niet voor elke fooi
Want anders leef je strakjes in een grote klerezooi
Dankbaar zijn jawel (dankbaar zijn, dankbaar zijn)
Maar nimmer op bevel (dankbaar zijn, dankbaar zijn)
Al word je dat ook ingegeven met de paplepel
(Dankbaar zijn, dankbaar zijn, dankbaar moet je zijn)
Dankbaar zijn is goed (dankbaar zijn, dankbaar zijn)
Maar nooit wanneer 't moet (dankbaar zijn, dankbaar zijn)
Omdat je daar uiteindelijk toch meestal zelf voor bloed
(Dankbaar zijn, dankbaar zijn, dankbaar moet je zijn)

refren'

Pedoedelidedoedelidedap
Pidoedoep

Reconnaissant

refrain :
Dedidelidoedelidoedelidoepa
Pedoedelidedoedap
Pedoedelidedoedap
Dedoedelidoep doedelidoep doedelidoepa
Pedoedelidedoedelidedap

Mon arrière-grand-père
N'est pas allé bien loin
Car il avait encore du respect pour ceux qui en avaient
Toute sa vie chez un patron
Puis il est tombé malade, hélas
Il avait la tuberculose, donc il a été viré
Il est mort assez vite
Sans un merci
Mais il faut être reconnaissant
Humble et petit
Il est mort sans un sou
Sa femme n'a pas trouvé ça très chouette
Mais il faut être reconnaissant
Humble et petit
Alors elle est restée raisonnable, gentille, patiente et discrète

refrain

Mon grand-père était agriculteur
Croyant en Dieu, au cœur vaillant
Deux fois par dimanche à l'église
C'était encore comme ça à l'époque
Sa petite fille est tombée malade
Mais Dieu ne voulait pas de piqûre
Alors elle est restée déformée par la polio toute sa vie
Mais bon, elle n'est pas morte
La joie était donc grande
Il faut être reconnaissant (être reconnaissant, être reconnaissant)
Humble et petit (être reconnaissant, être reconnaissant)
Alors tu mets un peu d'eau dans le vin
(Être reconnaissant, être reconnaissant, il faut être reconnaissant)
Car il faut être reconnaissant (être reconnaissant, être reconnaissant)
Humble et petit (être reconnaissant, être reconnaissant)
Même si ce vin a parfois un goût de vinaigre dégueulasse
(Être reconnaissant, être reconnaissant, il faut être reconnaissant)

refrain

Mon père est mort assez jeune
De cancer du poumon
Après des mois à l'hôpital, il voulait juste mourir
Mais s'il devait mourir
Le médecin arrivait vite
Pour lui redonner un peu de vie à chaque fois
Quand il a rendu l'âme, c'était un soulagement
Il faut être reconnaissant (être reconnaissant, être reconnaissant)
Humble et petit (être reconnaissant, être reconnaissant)
La vie est sacrée même si tu souffres à en crever
(Être reconnaissant, être reconnaissant, il faut être reconnaissant)
Il faut être reconnaissant (être reconnaissant, être reconnaissant)
Humble et petit (être reconnaissant, être reconnaissant)
Qui veut vivre doit mourir et qui meurt reçoit des soins
(Être reconnaissant, être reconnaissant, il faut être reconnaissant)

refrain

Et maintenant je suis donc moi-même
Un peu à la moitié
Ça doit bien être la moitié mais ça ne rime pas très bien
Et maintenant je vois bien
Que ça n'a aucun sens
D'être bien sage, doux, gentil et humble
Ça ne t'avance à rien
Ça te coûte juste la tête
Car la gratitude est belle
Mais pas pour n'importe quel prix
Sinon tu finiras dans un grand bordel
Être reconnaissant, oui (être reconnaissant, être reconnaissant)
Mais jamais sur commande (être reconnaissant, être reconnaissant)
Même si on te l'inculque avec la cuillère
(Être reconnaissant, être reconnaissant, il faut être reconnaissant)
Être reconnaissant c'est bien (être reconnaissant, être reconnaissant)
Mais jamais quand il le faut (être reconnaissant, être reconnaissant)
Parce qu'au final, c'est souvent toi qui saignes
(Être reconnaissant, être reconnaissant, il faut être reconnaissant)

refrain

Pedoedelidedoedelidedap
Pidoedoep