395px

El último pajar

Robert Long

De laatste hooiberg

Daar ligt het dorpje dat ik zo goed ken
Waar ik m'n jeugd sleet, op school ben gegaan
Misschien wel bepalend voor wat ik nu ben
En waar ik nog knikkerde, tolde en schaatste
Rondom die hooiberg daar, misschien wel de laatste
Waar ik voor 't eerst van mijn leven echt vrijde
En spelletjes deed met de jongens en meiden
Die wel niet mochten, maar erg spannend waren
En die nog altijd bestaan

Ik zie weer de zondagen, saai en gedempt
Wat scheen te leven, was 't vee en de zon
Zondagen waren voor inkeer bestemd
Binnen vervelen, je zondagse broek aan
Minimaal een keer per dag naar de kerk gaan
De galmende dreiging van duivel en zonde
En dat we met een been al in het graf stonden
Drie cent collecte en twee pepermuntjes
Wekelijks zonder pardon

Ik zie nog m'n hondje, alleen maar van mij
Hoe ie vaak meeliep een eindje op weg
Wat toen nog kon, want het dorp was haast vrij
Van brommers en auto's en ik hoor nog m'n noodkreet
Toen men hem vlak voor m'n ogen morsdood reed
Ik was niet te troosten, er viel niet te praten
Ik was van God en de mensen verlaten
Kon niet begrijpen dat iemand me toeriep
"Kom, er zijn meer honden zeg"

Daar ligt het dorpje dat ik haast niet herken
Vriendjes van vroeger, waar zouden ze zijn
Toen ik erdoor reed en uitgestapt ben
Zag ik de bunkers die 't zonlicht weerkaatsten
En ook nog die hooiberg daar, waarschijnlijk de laatste

El último pajar

Ahí es donde el pueblo que conozco tan bien
Donde pasé mi infancia, fui a la escuela
Tal vez determinando lo que soy ahora
Y donde todavía estaba marbando, girando y patinando
Alrededor de ese pajar de allí, tal vez el último
Donde realmente hice el amor por primera vez en mi vida
Y jueguecieron con los chicos y chicas
Que no estaban permitidos, pero eran muy emocionantes
Y eso todavía existe

Veo de nuevo los domingos, aburrido y amortiguado
Lo que parecía vivir era el ganado y el sol
Los domingos estaban destinados al arrepentimiento
Aburrido por dentro, ponte tus pantalones de domingo
Ir a la iglesia al menos una vez al día
La amenaza reverberante del diablo y del pecado
Y que ya estábamos en la tumba con una pierna
Colección de tres centavos y dos mentas
Semanal sin perdón

Todavía veo a mi perrito, sólo de mí
Cómo a menudo prestaba un camino en el camino
Lo que era posible entonces, porque el pueblo era casi libre
De ciclomotores y coches y oigo mi grito de ayuda
Cuando lo condujeron justo delante de mis ojos
No era reconfortante, no había conversación
Yo era de Dios y la gente abandonada
No podía entender que alguien me gritaba
Ven, hay más perros dicen

Allí yace el pueblo que apenas reconozco
Novios del pasado, ¿dónde estarían?
Cuando conduje y me bajé
Vi los bunkers que reflejaban la luz del sol
Y ese pajar de ahí, probablemente el último

Escrita por: