Cuando El Destino
No vengo a pedirte amores,
Ya no quiero tu cariño,
Si una vez te ame en la vida,
No lo vuelvas a decir.
Me contaron tus amigos,
Que te encuentras muy solito,
Que maldices a tu suerte,
Por que piensas mucho en mí.
Es por eso que he venido,
A reírme de tu pena,
Yo que a Dios le había pedido
Que te hundiera más que a mí.
Dios me ha dado ese capricho,
Y he venido a verte hundido,
Para hacerte yo en la vida,
Lo que tú me hiciste a mí.
Ya lo vez como el destino,
Todo cobra y nada olvida,
Ya lo vez como un cariño,
Nos arrastra y nos humilla.
Que bonita es la venganza,
Cuando Dios nos la concede,
Yo sabia que en la revancha,
Te tenía que hacer perder.
Hay te dejo mi desprecio,
Yo que tanto te adoraba,
Pa' que veas cual es el precio,
De las leyes del querer.
Wanneer het Lot
Ik kom niet om je liefde te vragen,
Ik wil je genegenheid niet meer,
Als ik je ooit heb liefgehad,
Zeg dat nooit meer, alsjeblieft.
Je vrienden hebben me verteld,
Dat je je heel eenzaam voelt,
Dat je je lot vervloekt,
Omdat je veel aan mij denkt.
Daarom ben ik hier gekomen,
Om te lachen om je verdriet,
Ik die God had gevraagd
Om je dieper te laten zinken dan mij.
God heeft me die wens gegeven,
En ik ben gekomen om je te zien zinken,
Om jou in het leven te doen,
Wat jij mij hebt aangedaan.
Zie je hoe het lot werkt,
Alles eist zijn prijs en vergeet niets,
Zie je hoe een liefde ons,
Meesleurt en ons vernederd.
Wat is wraak mooi,
Wanneer God het ons gunt,
Ik wist dat ik je in de revanche,
Moest laten verliezen.
Hier laat ik mijn minachting,
Ik die je zo vereerde,
Zodat je ziet wat de prijs is,
Van de wetten van de liefde.