395px

Gekleed in Wit

Rocío Durcal

Vestida de Blanco

Yo voy a casarme,
vestida de blanco,
y en la iglesia un banco,
quiero reservar,
para que tú vengas,
como un invitado,
y bien a tu lado,
me mires pasar.

Vas a dar de cuenta,
que esta mujercita,
va llena de dicha,
camino al altar,
del brazo de un hombre,
que me da su nombre,
tú me lo negaste,
te arrepentirás

Yo voy a casarme, vestida de blanco,
va a dolerte tanto, te arepentirás,
yo voy a casarme, vestida de blanco,
y no sabes cuanto, te arrepentirás.

Cuando pase el tiempo,
cuando me recuerdes,
cuando por las noches,
sientas soledad,
llorarás bajito,
llorarás por dentro,
guardando apariencias,
queriendo ocultar.

Y será muy tarde,
ya no habrá regreso,
esta misma noche,
me vas a perder,
del brazo de un hombre,
que me da su nombre,
tú me lo negaste,
y te va a doler.

Gekleed in Wit

Ik ga trouwen,
gekleed in wit,
en in de kerk een bank,
wil ik reserveren,
zodat jij komt,
als een gast,
naast jou,
zie je me voorbijgaan.

Je gaat merken,
dat dit vrouwtje,
vol vreugde is,
op weg naar het altaar,
arm in arm met een man,
die me zijn naam geeft,
jij hebt het me ontzegd,
je gaat spijt krijgen.

Ik ga trouwen, gekleed in wit,
het gaat je zo pijn doen, je gaat spijt krijgen,
ik ga trouwen, gekleed in wit,
en je weet niet hoeveel, je gaat spijt krijgen.

Als de tijd verstrijkt,
wanneer je aan me denkt,
wanneer je 's nachts,
alleenheid voelt,
zal je zachtjes huilen,
van binnen huilen,
je houdt je groot,
probeert te verbergen.

En het zal te laat zijn,
er is geen weg terug,
vandaag nog,
ga je me verliezen,
arm in arm met een man,
die me zijn naam geeft,
jij hebt het me ontzegd,
en het gaat je pijn doen.

Escrita por: Roberto Livi