Cesteiros
Somos pobres cesteiros
Cestos que compoñer
Pobreciños de nosoutros
Que vamos a morrer
Fame que teño, vaia por Dios!
No sei se é fame ou será tos
Entra pola boca e sae polos pés
Porque este mundo foi feito al revés
Cando vamos para a feira
Cos cestas a vender
Chamamos as mulleres
Que nolos veñan a ver
E son bos cestos, e son, son, son
Que como os meus non hai ningún, non
E son bos cestos, míremos ben
Que como os meus xa non os fai ninguén
Cando vamos para a vila pola Calle Real
Quedan as señoritas sentadas nun portal
Elas, moi empolvadas, salen ó mirador
Falando polos dedos palabriñas de amor
E son bos cestos, e son, son, son
Que como os meu non hai ningún, non
E son bos cestos, míremos ben
Que como os meus xa non os fai ninguén
Fame que teño, vaia por Dios!
No sei se é fame ou será tos
Entra pola boca e sae polos pés
Porque este mundo foi feito al revés
Mandenvlechters
Wij zijn arme mandenvlechters
Mandjes die we maken
Armzalig zijn wij
Die gaan sterven
Honger die ik heb, ga weg, oh God!
Ik weet niet of het honger is of dat het hoest
Het komt binnen via de mond en gaat eruit via de voeten
Omdat deze wereld op z'n kop is gemaakt
Als we naar de markt gaan
Met de manden om te verkopen
Roepen we de vrouwen
Dat ze ons komen bekijken
En het zijn goede mandjes, en ze zijn, zijn, zijn
Want zoals de mijne is er geen één, nee
En het zijn goede mandjes, kijk goed
Want zoals de mijne maakt niemand ze meer
Als we naar het dorp gaan via de Hoofdstraat
Blijven de dames zitten in een portiek
Zij, heel opgemaakt, komen naar het balkon
Pratend met hun vingers over woordjes van liefde
En het zijn goede mandjes, en ze zijn, zijn, zijn
Want zoals de mijne is er geen één, nee
En het zijn goede mandjes, kijk goed
Want zoals de mijne maakt niemand ze meer
Honger die ik heb, ga weg, oh God!
Ik weet niet of het honger is of dat het hoest
Het komt binnen via de mond en gaat eruit via de voeten
Omdat deze wereld op z'n kop is gemaakt