395px

De duif van de vrede

Rolando Alárcon

La paloma de la paz

Que no, que no, paloma, no,
que así que no trabajo yo.
Que no, que no, palomita, que no,
que así que no trabajo yo.

Soy un hombre del pueblo
harto de trabajar.
Mi vida es el trabajo, paloma,
pero me pagan mal.
Las leyes están hechas
a favor del patrón;
la ley no escucha al pueblo, paloma,
aunque tenga razón.

El deber del trabajo
dicen que tengo yo.
De mis deberes hablan, paloma,
de mis derechos no.
Pero nos uniremos
contra la explotación;
la fuerza de los hombres, paloma,
siempre será la unión.

Nos juzgan y condenan
en nombre de la paz,
cada vez que pedimos, paloma,
justicia y libertad.
Pero la paz tú eres
y con ellos no estás,
que vuelas con nosotros, paloma
paloma de la paz.

De duif van de vrede

Nee, nee, duif, nee,
zo werk ik niet meer.
Nee, nee, duifje, nee,
zo werk ik niet meer.

Ik ben een man van het volk
zat om te werken.
Mijn leven is het werk, duif,
maar ik word slecht betaald.
De wetten zijn gemaakt
voor de baas;
de wet hoort het volk niet, duif,
ook al heeft het gelijk.

Ze zeggen dat ik de plicht heb
om te werken.
Over mijn plichten praten ze, duif,
maar over mijn rechten niet.
Maar we zullen ons verenigen
tegen de uitbuiting;
de kracht van de mannen, duif,
zal altijd de eenheid zijn.

Ze oordelen en veroordelen ons
in naam van de vrede,
iedere keer als we vragen, duif,
om gerechtigheid en vrijheid.
Maar jij bent de vrede
en met hen ben je niet,
want je vliegt met ons, duif,
duif van de vrede.

Escrita por: Chicho Sánchez Ferlosio