Árboles En El Tejado
Allá donde los arboles se ven en los tejados
Donde las montañas se abrazan a las nubes
Es primavera siempre, vente a buscar el Sol
Armado hasta las dientes con mi voz y mi guitarra
Voy pa'la terrera a empaparme de su ambiente
Y es que aquí es primavera siempre, vente y te daré calor
Hoy vivo en mi casita entre montañas
De lejos puedo ver el mar
Y es que aquí es primavera siempre, vente y déjate llevar
La humedad te cala hasta los huesos y el cariño de la gente también
Aquí el frío se combate con besos, besos empapados en vino
Casas de colores, olor a jazmín, viene a dónde estoy yo y corre dentro de mi
Y ahora soy primavera siempre, vente y no querrás volver... No
La humedad te cala hasta los huesos y el cariño de la gente también
Aquí el frío se combate con besos, besos empapados en vino
Besos enredados entre gofio y miel de palma, besos afrutados con vino de flor de chasna
Besos que te hacen sonreír, besos, a la orillita del mar
Eterna primavera pero en el corazón
Eterno frío llanto de las nubes de algodón
Que se aferran a tu cielo, Laguna mía
Sumiso claudicar de mi voz en tus aceras
Que me dan sin rechistar todo lo que mi alma espera
Y ahora brota de esas gotas que me visten
Una fuerte enredadera que me enreda y que me ata a este lugar
La música me empapa como lluvia de abril
Las calles inundadas de talento
De gente que se deja llevar
Amantes de la vida amigos del viento
Viajeros que no entienden de relojes ni de tiempo
Se paran a escucharme cantar
Intento controlarme para no acabar mal
Pero se hace complicado controlar el animal que llevo dentro
La humedad te cala hasta los huesos y el cariño de la gente también
Aquí el frío se combate con besos, besos empapados en vino
Besos enredados entre gofio y miel de palma, besos afrutados con vino de flor de chasna
Besos que te hacen sonreír, besos, a la orillita del mar
Bomen Op Het Dak
Daar waar de bomen op de daken te zien zijn
Waar de bergen de wolken omarmen
Het is altijd lente, kom de zon zoeken
Gewapend tot de tanden met mijn stem en mijn gitaar
Ga ik naar de aarde om me onder te dompelen in de sfeer
En hier is het altijd lente, kom en ik geef je warmte
Vandaag woon ik in mijn huisje tussen de bergen
Van veraf kan ik de zee zien
En hier is het altijd lente, kom en laat je meevoeren
De vochtigheid dringt door tot op je botten en de liefde van de mensen ook
Hier bestrijd je de kou met kussen, kussen doordrenkt met wijn
Kleurige huizen, geur van jasmijn, kom naar waar ik ben en ren binnen in mij
En nu ben ik altijd lente, kom en je wilt niet meer terug... Nee
De vochtigheid dringt door tot op je botten en de liefde van de mensen ook
Hier bestrijd je de kou met kussen, kussen doordrenkt met wijn
Kussen verstrengeld tussen gofio en palmhoning, kussen met fruitige wijn van chasna-bloem
Kussen die je laten glimlachen, kussen, aan de rand van de zee
Eeuwige lente maar in het hart
Eeuwige koude, het huilen van de katoenwolken
Die zich vastklampen aan jouw lucht, mijn Laguna
Onderworpen zwijgen van mijn stem op jouw stoepen
Die me zonder tegenspreken alles geven wat mijn ziel verlangt
En nu ontspringt uit die druppels die me kleden
Een sterke klimop die me verstrikt en me bindt aan deze plek
De muziek doordrenkt me als aprilregen
De straten overstroomd met talent
Van mensen die zich laten meevoeren
Liefhebbers van het leven, vrienden van de wind
Reizigers die geen klok of tijd begrijpen
Ze stoppen om me te horen zingen
Ik probeer me in te houden om niet slecht af te lopen
Maar het is moeilijk om het beest dat ik van binnen heb te bedwingen
De vochtigheid dringt door tot op je botten en de liefde van de mensen ook
Hier bestrijd je de kou met kussen, kussen doordrenkt met wijn
Kussen verstrengeld tussen gofio en palmhoning, kussen met fruitige wijn van chasna-bloem
Kussen die je laten glimlachen, kussen, aan de rand van de zee
Escrita por: Roberto Ruido