395px

Vreemde hond

Sabroso

Perro ajeno

[Estribillo]
Quien da pan a perro ajeno
pierde el pan y también el perro,
no debí quererte siendo ajena
porque ahora tengo la pena.

Paso una luna, pasaron dos
y yo esperando que volvieras,
tus aretes en mi cajón
que vieron pasar dos primaveras.

Tu [tu, tu] y me olvidabas tu [tu, tu]
prometiste que al volver
no serian secretos nuestros besos.
Tu [tu, tu] y me olvidabas tu [tu, tu]
que fuiste a terminar con el
un viaje sin regreso y por eso
no, no, no, no quiero ya ni tus recuerdos.

[Estribillo]
Quien da pan a perro ajeno
pierde el pan y también el perro,
no debí quererte siendo ajena
porque ahora tengo la pena.

Guardaba flores en mi jarrón
y se marchitaban de cansancio,
en espera de la ocasión
que un día entraras por mi cuarto.

Tu [tu, tu] y me olvidabas tu [tu, tu]
prometiste que al volver
no serian secretos nuestros besos.
Tu [tu, tu] y me olvidabas tu [tu, tu]
que fuiste a terminar con el
un viaje sin regreso y por eso
no, no, no, no quiero ya ni tus recuerdos.

[Estribillo]
Quien da pan a perro ajeno
pierde el pan y también el perro,
no debí quererte siendo ajena
porque ahora tengo la pena.

Vreemde hond

[Refrein]
Wie brood geeft aan een vreemde hond
verliest het brood en ook de hond,
ik had je niet moeten willen terwijl je van een ander was
want nu heb ik de pijn.

Er ging een maan voorbij, er gingen er twee
en ik wachtte tot je terugkwam,
jouw oorbellen in mijn lade
hebben twee lentes zien voorbijgaan.

Jij [jij, jij] en je vergat me jij [jij, jij]
je beloofde dat als je terugkwam
onze kussen geen geheimen zouden zijn.
Jij [jij, jij] en je vergat me jij [jij, jij]
je ging het met hem beëindigen
een reis zonder terugkeer en daarom
nee, nee, nee, ik wil zelfs je herinneringen niet meer.

[Refrein]
Wie brood geeft aan een vreemde hond
verliest het brood en ook de hond,
ik had je niet moeten willen terwijl je van een ander was
want nu heb ik de pijn.

Ik bewaarde bloemen in mijn vaas
en ze verwelkten van vermoeidheid,
wachttend op de gelegenheid
dat je op een dag mijn kamer binnenkwam.

Jij [jij, jij] en je vergat me jij [jij, jij]
je beloofde dat als je terugkwam
onze kussen geen geheimen zouden zijn.
Jij [jij, jij] en je vergat me jij [jij, jij]
je ging het met hem beëindigen
een reis zonder terugkeer en daarom
nee, nee, nee, ik wil zelfs je herinneringen niet meer.

[Refrein]
Wie brood geeft aan een vreemde hond
verliest het brood en ook de hond,
ik had je niet moeten willen terwijl je van een ander was
want nu heb ik de pijn.

Escrita por: Sabroso