El Ñato
Le encuentro bien pangaré
Pero de lomo enserao
Y estando bien pelechao
De pelo corto se vé
Medio ballo alguna vez
Depende el tiempo y la zona
De orejas medias cortonas
Y pone como en destierro
Cuando lo empacan los perros
La vista un tanto tristona
Su fama de cazador
Por la Patagonia Norte
Mientras nadie se la corte
La llevará en esplendor
El ñandú es el mejor
Plato que se come el pillo
Después capones, potrillos
Y hasta el ternero más bello
Tuito los pasa de güello
Y eso que anda sin cuchillo
Empacao es resongón
Y en su cara de inocente
Si empieza a mostrar los dientes
Guarda con el manotón
Medio largo y petisón
De lomo parejo y chato
Tiene la forma de un gato
Pero es grandote y morrudo
Unos lo llaman coludo
Y otros le dicen el ñato
Dicen que pa' guanaquear
Después de buscar el viento
Espera justo el momento
Para poderlo saltar
Porque una vez de olfatear
El rumbo de los Guanacos
Por más que sean macacos
Si manotearlos los puede
No los larga aunque se enriede entre pasto y alpataco
Yo he visto siendo mensual
Muertos por el lión fantoche
Diez capones en una noche
Y eso no es por un casual
De hacienda muerto el tendál
Dónde aprovechan los zorros
Y lo digo sin engorro
Con experiencia tristona
Que es más dañina la lióna
Cuando anda con los cachorros
No duerme en el Pajonal
Pero muy lejos tampoco
Será de que como pocos
Se previene el animal
Por eso sí algún mensual
Lo sorprendente con trabajo
Si logra entre monte y gajo
Engañar a la perrada
Haciendo gran rastrillada
Se escabulle viento abajo
Pero si en eso de andar
Lo llevan muy apurao
Salta a los Montes y echao
Chato se suele quedar
De Ñato
Ik vind hem goed van vlees
Maar met een flinke rug
En als hij goed in zijn vel zit
Is zijn haar kort te zien
Soms lijkt hij een beetje
Dat hangt van het weer en de plek af
Met zijn oren van middelmatige lengte
En hij doet alsof hij in ballingschap is
Als de honden hem komen inpakken
Met een ietwat trieste blik
Zijn reputatie als jager
In het Noorden van Patagonië
Zolang niemand die verknalt
Zal hij in pracht voortleven
De ñandú is de beste
Bord dat de dief eet
Daarna komt de schoffel, de veulen
En zelfs het mooiste kalf
Die gaat allemaal voor de biels
En dat zonder mes
Verslapt is hij mopperig
En op zijn onschuldige gezicht
Als hij begint zijn tanden te tonen
Let op met zijn klap
Een beetje lang en klein
Met een vlakke, egale rug
Heeft de vorm van een kat
Maar hij is groot en dik
Sommigen noemen hem met een grote kop
En anderen noemen hem de ñato
Ze zeggen dat om te jagen
Na de wind te hebben gezocht
Hij wacht precies op het moment
Om hem te kunnen springen
Want eenmaal met de geur
Van de guanacos
Hoeveel ze ook apen zijn
Als hij ze kan grijpen
Laat hij ze niet gaan hoewel ze verstrikt raken in gras en alpataco
Ik heb gezien, maandelijks
Doden door de nepgier
Tien schoffels in één nacht
En dat is niet toevallig
Doden van de veestapel
Waar de vossen profiteren
En daar zeg ik het zonder spijt
Met verdrietige ervaring
Want het is schadelijker de gier
Als ze met de welpen zijn
Ze slaapt niet in het Pajonal
Maar ook niet te ver weg
Omdat het, zoals weinig,
De dieren zo voorziet
Daarom als er een maandelijks
Het verrassende werk
Als hij tussen het bos en de takken
De honden om de tuin leidt
Met een grote sporen
Maakt hij zich uit de voeten
Maar als ze daarbij
Hem te veel opjagen
Springt hij de bergen in en blijft
Plat liggen.