395px

De Karreier

Savia Andina

El Carretero

Va sin descansar
Un carretero con su carga a la ciudad
Y en su cantar pregona dicha
Del campo en la inmensidad

Entre sombra y luz
Con el jijusa va marchando hasta el poblao
Mientras el vaivén
Añora dulce, de su chaco el moraijú

Su rítmico son
Va sazonando el dulzor
De la fruta tierna
Que se lleva pa vender

Y su lento andar va inspirando al carretón
La dulce canción
Que gime el eje al traquetear

A su querer, de vuelta ya
Donde su amada, lo espera con rico somó
Su corazón, contento está
Y en su guitarra, cantando, da gracias a Dios

Su rítmico son
Va sazonando el dulzor
De la fruta tierna
Que se lleva pa vender

Y su lento andar va inspirando al carretón
La dulce canción
Que gime el eje al traquetear

A su querer, de vuelta ya
Donde su amada, lo espera con rico somó
Su corazón, contento está
Y en su guitarra, cantando, da gracias a Dios

De Karreier

Hij gaat zonder rust
Een karreier met zijn lading naar de stad
En in zijn gezang verkondigt hij blijdschap
Van het veld in de uitgestrektheid

Tussen schaduw en licht
Met de jijusa marcheert hij naar het dorp
Terwijl de schommel
Zoet verlangt naar zijn chaco's moraijú

Zijn ritmische klank
Voegt smaak toe aan de zoetheid
Van het zachte fruit
Dat hij meeneemt om te verkopen

En zijn langzame gang inspireert de kar
Het zoete lied
Dat kreunt als het as van het rammelen

Op weg naar zijn geliefde, al weer terug
Waar zijn geliefde hem wacht met rijke somó
Zijn hart is blij
En met zijn gitaar, zingend, dankt hij God

Zijn ritmische klank
Voegt smaak toe aan de zoetheid
Van het zachte fruit
Dat hij meeneemt om te verkopen

En zijn langzame gang inspireert de kar
Het zoete lied
Dat kreunt als het as van het rammelen

Op weg naar zijn geliefde, al weer terug
Waar zijn geliefde hem wacht met rijke somó
Zijn hart is blij
En met zijn gitaar, zingend, dankt hij God

Escrita por: José René Moreno