Modinha
Por sobre a solidão do mar a lua flutua
E uma ternura singular palpita em cada coração
Só tu não vens trazer alívio ao trovador
Que vai tangendo apaixonado
As cordas da triste lira
Que suspira desmaiando, suplicando o teu amor
Eu te suplico, te imploro, te rogo
Prostrado aos teus pés com fervor
O teu sorriso de criança
Vê, vou gemendo de dor
E na esperança de um dia melhor
Unido a ti, tu és toda a fé que eu perdi
Mostra o semblante sedutor
Acalma minh'alma
Concede ao menos a este amor
A doce esmola de te ver
E o coração tão infeliz por te adorar
Perdido embora de desejo
Bem sabe que não merece
A maravilha do teu beijo.
Modinha
Over de eenzaamheid van de zee zweeft de maan
En een unieke tederheid klopt in elk hart
Alleen jij komt geen verlichting brengen aan de troubadour
Die vol passie de snaren tokkelt
Van de treurige lier
Die zuchtend vervaagt, smekend om jouw liefde
Ik smeek je, ik bid je, ik roep je
Geknield aan jouw voeten met fervor
Jouw kinderlijke glimlach
Zie, ik kreun van pijn
En in de hoop op een betere dag
Verbonden met jou, jij bent al het geloof dat ik verloren ben
Toon je verleidelijke gelaat
Kalmeer mijn ziel
Verleen tenminste aan deze liefde
De zoete aalmoes om je te zien
En het hart zo ongelukkig omdat het jou aanbidt
Verloren, hoewel vol verlangen
Weet goed dat het niet verdient
De wonderen van jouw kus.