395px

Oorzaken en Toeval

Silvio Rodriguez

Causas y Azares

Cuando pedro salió a su ventana
No sabía, mi amor, no sabía
Que la luz de esa clara mañana
Era luz de su último día.
Y las causas lo fueron cercando
Cotidianas, invisibles.
Y el azar se le iba enredando
Poderoso, invencible.

Cuando juan regresaba a su lecho
No sabía, oh alma querida
Que en la noche lluviosa y sin techo
Lo esperaba el amor de su vida.
Y las causas lo fueron cercando
Cotidianas, invisibles.
Y el azar se le iba enredando
Poderoso, invencible.

Cuando acabe este verso que canto
Yo no sé, yo no sé, madre mía
Si me espera la paz o el espanto;
Si el ahora o si el todavía.
Pues las causas me andan cercando
Cotidianas, invisibles.
Y el azar se me viene enredando
Poderoso, invencible.

Oorzaken en Toeval

Toen Pedro naar zijn raam stapte
Wist hij niet, mijn lief, wist hij niet
Dat het licht van die heldere morgen
Het licht van zijn laatste dag was.
En de oorzaken sloten hem in
Alledaags, onzichtbaar.
En het toeval raakte verstrikt
Krachtig, onoverwinnelijk.

Toen Juan terugkeerde naar zijn bed
Wist hij niet, oh geliefde ziel
Dat in de regenachtige nacht zonder dak
De liefde van zijn leven op hem wachtte.
En de oorzaken sloten hem in
Alledaags, onzichtbaar.
En het toeval raakte verstrikt
Krachtig, onoverwinnelijk.

Wanneer dit vers dat ik zing eindigt
Weet ik niet, weet ik niet, mijn moeder
Of de vrede of de angst op me wacht;
Of het nu of nog steeds.
Want de oorzaken sluiten me in
Alledaags, onzichtbaar.
En het toeval komt me verstrikken
Krachtig, onoverwinnelijk.

Escrita por: Silvio Rodríguez