Fábula de Los Tres Hermanos
De tres hermanos, el más grande se fue
Por la vereda a descubrir y a fundar
Y para nunca equivocarse o errar
Iba despierto y bien atento a cuanto iba a pisar
De tanto en esta posición caminar
Ya nunca el cuello se le enderezó
Y anduvo esclavo ya de la precaución
Y se hizo viejo, queriendo ir lejos, con su corta visión
Ojo que no mira más allá, no ayuda el pie
Óyeme esto y dime, dime lo que piensas tú
De tres hermanos, el de en medio se fue
Por la vereda a descubrir y a fundar
Y para nunca equivocarse o errar
Iba despierto y bien atento al horizonte igual
Pero este chico listo no podía ver
La piedra, el hoyo que vencía a su pie
Y revolcado siempre se la pasó
Y se hizo viejo, queriendo ir lejos, a dónde no llegó
Ojo que no mira más acá tampoco fue
Óyeme esto y dime, dime lo que piensas tú
De tres hermanos, el pequeño partió
Por la vereda a descubrir y a fundar
Y para nunca equivocarse o errar
Una pupila llevaba arriba y la otra en el andar
Y caminó, vereda adentro, el que más
Ojo en camino y ojo en lo por venir
Y cuando vino el tiempo de resumir
Ya su mirada estaba extraviada entre el estar y el ir
Ojo puesto en todo ya ni sabe lo que ve
Óyeme esto y dime, dime lo que piensas tú
Fabel van de Drie Broers
Van de drie broers, de oudste ging weg
Over het pad om te ontdekken en te stichten
En om nooit te vergissen of te falen
Was hij wakker en goed oplettend op wat hij zou betreden
Door zo lang in deze houding te lopen
Rechtop kijken deed hij nooit meer
En hij werd slaaf van de voorzichtigheid
En werd oud, verlangend om ver te gaan, met zijn korte visie
Oog dat niet verder kijkt, helpt de voet niet
Hoor me dit en vertel, vertel me wat jij denkt
Van de drie broers, de middelste ging weg
Over het pad om te ontdekken en te stichten
En om nooit te vergissen of te falen
Was hij wakker en goed oplettend op de horizon ook
Maar deze slimme jongen kon niet zien
De steen, het gat dat zijn voet overwon
En altijd viel hij om
En werd oud, verlangend om ver te gaan, naar waar hij niet kwam
Oog dat hier ook niet kijkt, was er ook niet
Hoor me dit en vertel, vertel me wat jij denkt
Van de drie broers, de jongste vertrok
Over het pad om te ontdekken en te stichten
En om nooit te vergissen of te falen
Had één oog omhoog en de andere op de weg
En hij liep, het pad in, de meeste van allemaal
Oog op de weg en oog op wat komen gaat
En toen de tijd kwam om samen te vatten
Was zijn blik al verdwaald tussen het zijn en het gaan
Oog gericht op alles, weet niet eens wat hij ziet
Hoor me dit en vertel, vertel me wat jij denkt
Escrita por: Silvio Rodríguez