Boga Boga
Por el día o por la noche
El pescador sale a la mar.
La mar no le ha puesto horario
Aún de navegar.
Boga, boga, boga, vuelve a bogar
Boga, boga, boga a trabajar.
Por el día o por la noche
El pescador y su piel
Llevan red, llevan anzuelo
Y más llevan deber.
Boga, boga, boga, vuelve a bogar
Boga, boga, boga a trabajar.
Pasan las horas, pasan días
Y se cuentan por meses
Y su alegría y su tristeza
La conocen los peces.
De entre sus manos deben ir
Cada rincón del porvenir
El rostro de la novia
La mamá o el que nació
El mismo día que partió.
Entonces jura que ahora
Si que va a vivir.
Entonces jura que más nunca va a salir.
Que esta vez si es la última
En el mar.
Y pasa el tiempo
Y no ve el día de volver.
Y pasa el tiempo
Entre peligros sin mujer
Y pasa el tiempo
Que no deja respirar.
Pero la tierra se acaba
Cuando vuelve el pescador
Por eso regresa siempre, al mar
Su gran amor.
Boga, boga, boga, vuelve a bogar
Boga, boga, boga a trabajar.
Y va de océano en océano
Con su anzuelo con su red
Caiga el rayo o sople el viento
Allá es donde se ve.
Boga, boga, boga, vuelve a bogar
Boga, boga, boga a trabajar.
Nadie sabe como sueña
Como sueña un pescador
Cada vez que cobra presa
Allí tiene su amor.
Boga, boga, boga, vuelve a bogar
Boga, boga, boga a trabajar.
El pescador lleva a bordo
Una palma y un amor.
El amor lo hala del fondo
La palma del corazón.
Boga Boga
Of overdag of 's nachts
Gaat de visser de zee op.
De zee heeft geen tijd ingesteld
Om te varen, dat is top.
Boga, boga, boga, ga weer roeien
Boga, boga, boga, aan het werk nu.
Of overdag of 's nachts
Gaat de visser met zijn huid
Met een net en met een haak
En meer dan dat, dat is zijn plicht.
Boga, boga, boga, ga weer roeien
Boga, boga, boga, aan het werk nu.
De uren gaan voorbij, de dagen ook
En ze tellen in maanden,
En zijn vreugde en zijn verdriet
Dat kennen alleen de vissen.
Uit zijn handen moeten gaan
Elk hoekje van de toekomst
Het gezicht van de bruid
De moeder of degene die is geboren
Op dezelfde dag dat hij vertrok.
Dan zweert hij dat hij nu
Echt gaat leven.
Dan zweert hij dat hij nooit meer zal gaan.
Dat dit keer de laatste is
In de zee.
En de tijd verstrijkt
En hij ziet de dag van terugkomen niet.
En de tijd verstrijkt
Tussen gevaren zonder vrouw
En de tijd verstrijkt
Die geen adem meer laat.
Maar het land is op
Wanneer de visser terugkomt
Daarom keert hij altijd terug, naar de zee
Zijn grote liefde.
Boga, boga, boga, ga weer roeien
Boga, boga, boga, aan het werk nu.
En hij gaat van oceaan naar oceaan
Met zijn haak en zijn net
Of de bliksem valt of de wind waait
Daar is waar hij te zien is.
Boga, boga, boga, ga weer roeien
Boga, boga, boga, aan het werk nu.
Niemand weet hoe hij droomt
Hoe een visser droomt
Elke keer dat hij vangt
Daar heeft hij zijn liefde.
Boga, boga, boga, ga weer roeien
Boga, boga, boga, aan het werk nu.
De visser heeft aan boord
Een palm en een liefde.
De liefde trekt hem omhoog
De palm van zijn hart.