Balada de las ratas
Me place contemplar
como después del fuego
salen a lucir
las ratas de salón
con maquillaje de aguerrido
malvivir.
Me place porque sé
que todo el verdadero amor
también las ve.
Me place porque son espuelas
para la razón.
Me place ver así
como el hocico se les hincha
de chillar,
después que queda bien
la discrepancia, la polémica,
opinar.
Me place mucho ver
cuanto se hunde la ratita
en su quehacer,
en su propio pregón
que hiede
como la traición.
No es la primera vez que ocurre
cuando ha pasado la candela,
siempre hay quien de su hueco surge
para jurar que se desvela.
Y la bondad y la confianza
de quien es bueno, esperanzado,
le da lugar y semejanza
mientras descubre los costados.
Y, en nombre de mayor pureza,
salen las ratas disfrazadas
que con paciencia y con destreza
quieren trocar el agua en baba.
¿Quién no conoce un buen ejemplo?
¿Quién no ha pasado por sus dientes?
¿Quién no ha soñado echar del templo
a la codicia sonriente?.
Me place contemplar
como una vez y otra
vuelven a salir
las ratas de salón
que en la limpieza diseñaron
el jabón.
Me place porque sé
que esto le perfecciona el músculo
a la fe.
Me place porque son
espuelas para la razón.
Ballade van de ratten
Ik geniet ervan om te zien
hoe na het vuur
ze tevoorschijn komen
de salonratten
met strijdlustige make-up
van een slecht leven.
Ik geniet ervan omdat ik weet
dat ook de ware liefde
hen ziet.
Ik geniet ervan omdat ze sporen zijn
voor de rede.
Ik geniet ervan om te zien
hoe hun snuit opzwelt
van het gillen,
als de discrepantie, de controverse,
goed tot zijn recht komt,
meningen.
Ik geniet er heel erg van om te zien
hoe de ratjes zich verzuipen
in hun bezigheden,
in hun eigen geschreeuw
wat stinkt
als verraad.
Het is niet de eerste keer dat het gebeurt
als het vuur is gedoofd,
altijd is er iemand die uit zijn hol komt
om te zweren dat hij zich onthult.
En de goedheid en het vertrouwen
van wie goed is, vol hoop,
geeft ruimte en gelijkenis
terwijl hij de zijkanten ontdekt.
En, in naam van grotere zuiverheid,
komen de verklede ratten tevoorschijn
die met geduld en vaardigheid
het water in slijm willen veranderen.
Wie kent er geen goed voorbeeld?
Wie is er niet door hun tanden gegaan?
Wie heeft er niet gedroomd om uit de tempel
te zetten de glimlachende hebzucht?
Ik geniet ervan om te zien
hoe keer op keer
ze weer tevoorschijn komen
de salonratten
die in de netheid ontwierpen
de zeep.
Ik geniet ervan omdat ik weet
dat dit de spier
van het geloof versterkt.
Ik geniet ervan omdat ze zijn
sporen voor de rede.